Column Irene de Bel: Schaduwmacht

Column Irene de Bel: Schaduwmacht

Uit onderzoek van ’Nieuwsuur’ en Vrij Nederland naar de lobbypraktijken aan het Binnenhof blijkt dat vakbond FNV nog steeds op de derde plaats staat van invloedrijkste lobbyclubs. Na de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en werkgeversorganisatie VNO-NCW schuiven de vakbondsbestuurders het vaakst aan bij ministers en hoorzittingen in Den Haag.

Op het eerste gezicht misschien niet zo vreemd dat een partij die het opneemt voor de werknemersbelangen, ongeveer net zo vaak mag aanschuiven in Den Haag als de partij die het opneemt voor de werkgeversbelangen. Maar de vakbond is allerminst een representatieve afspiegeling van de werknemers. De partij maakt zich niet even sterk voor alle werknemers, maar zet zich in voor de belangen van zijn leden. Al die andere werknemers hebben geen enkele inspraak in de collectieve afspraken die worden gemaakt, terwijl hun arbeidscontracten net zo goed vallen onder de gemaakte afspraken. Alleen leden, minder dan één op de vijf werknemers, mogen stemmen over een CAO en de rest heeft het maar te accepteren.

Het ledenaantal van de vakbonden daalt al jaren. Daardoor vertegenwoordigt de vakbond elk jaar minder werknemers. Tien jaar geleden waren nog bijna 1,2 miljoen mensen aangesloten bij de FNV, verreweg de grootste vakbond. Dit jaar zijn dat er nog net iets meer dan één miljoen, een daling van tien procent in tien jaar tijd.

Maar vooral de opbouw van de leden trekt elk jaar schever. Twintig jaar geleden was zo’n beetje de helft van de FNV-leden onder de 45 jaar, en de andere helft was 45-plus. Onder invloed van de vergrijzing en de afnemende belangstelling voor vakbonden bij jongeren trekt die verhouding steeds schever. Op dit moment is die verhouding al 26 om 74 procent. Driekwart van de FNV-leden zit in de herfst van zijn werkende leven en kijkt uit naar zijn welverdiende winterslaap.

En het opvallendste is nog wel dat twintig procent van de vakbondsleden al praktisch onder de wol ligt: een op de vijf FNV-leden is 65-plus. Zij vormen amper twee procent van de beroepsbevolking maar bepalen wel in grote mate onder welke arbeidsomstandigheden de andere 98 procent van de beroepsbevolking werkt.

De vakbonden denken niet in lange termijn-oplossingen en aan het landsbelang. Zij lobbyen alleen voor hun eigen leden: de afzwaaiende oudere werknemers die het liefst zo snel mogelijk aan hun pensioen beginnen.

De vakbonden verzetten zich bijvoorbeeld nog steeds met hand en tand tegen elke vorm van flexibilisering van de arbeidsmarkt. Ze blijven een vaste contract zien als ideaal, voor iedereen. Terwijl uit onderzoek onder millennials blijkt dat de jongste lichting werknemers veel liever een contract heeft voor bepaalde tijd. Zij willen zich helemaal niet levenslang binden aan één werkgever. Tot ze een huis willen kopen en erachter komen dat een vast contract wel erg handig is in deze maatschappij die nog steeds volledig is ingericht naar de idealen uit de jaren vijftig.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws