Column Irene de Bel: Spitstrein

Column Irene de Bel: Spitstrein

Ambtenaren moeten het goede voorbeeld geven en de spits mijden. Staatssecretaris van verkeer, Sharon Dijksma, stelt voor dat haar ambtenaren later naar het ministerie komen, want dat is dan heel fijn voor de gewone hardwerkende Nederlanders die van hun baas wel op tijd op het werk moeten verschijnen.

Dijksma vindt het vreemd dat haar eerdere pogingen om het spitsmijden er bij het bedrijfsleven in te krijgen nooit zijn aangeslagen. Ook hebben scholen en universiteiten hun lesrooster niet willen aanpassen om de problemen bij de NS op te lossen. Dus als laatste wanhoopspoging zoekt Dijksma het nu heel nobel bij haar eigen mensen.

Over een paar weken zijn het alleen niet meer haar eigen mensen. Als het nieuwe kabinet eindelijk de regie overneemt, zit haar opvolger met ambtenaren opgescheept die al wel gewend zijn aan hun nieuwe tien-tot-vier-mentaliteit.

Natuurlijk is het een illusie om te denken dat iedereen kan zitten in de spits. Volgens mij is er geen forens die dat verwacht. Maar je mag volgens mij wel verwachten dat je minimaal in kunt stappen en niet achtergelaten wordt op een perron omdat de trein al te vol zit.

Toch is dat bijna dagelijkse kost in de Randstad voor forenzen tijdens de hyperspits van half acht tot half negen. Ik heb wel eens zo’n overvolle trein laten schieten omdat ik al claustrofobisch werd bij het idee om mezelf er nog in te moeten proppen. Zeker op warme dagen, is het gevaarlijk om mensen in zulke omstandigheden, soms zelfs zonder airco, te vervoeren.

Wat dat betreft geef ik Dijksma groot gelijk dat ze haar mensen dat niet wil aandoen. Maar de spits mijden is geen aanpak van het probleem. Mensen kunnen meestal niet zo maar vroeger of later naar hun werk. Als je een afspraak wilt maken, is het namelijk wel handig om overlappende werkuren te hebben. En velen zijn ook gebonden aan openingstijden van school en kinderopvang.

Het probleem ligt niet bij de forenzen, zij zijn alleen de dupe. De NS heeft een gigantisch probleem met het materieel waardoor we hier vooral in de spits, bij warmte en kou, bij wind en regen, bij een sneeuwvlok en vallende blaadjes een vervoersprobleem hebben. En de staatssecretaris verkeer is nou juist een van de weinige personen in dit land die daar wat aan kan doen. Zij was afgelopen jaren verantwoordelijk voor het spoorbeleid. Haar ambtenaren hebben bepaald dat de NS het personenvervoer mag verzorgen en onder welke voorwaarden. Een van die voorwaarden is dat de NS zorgt voor voldoende inzet van materieel ,,zodat niemand op het perron hoeft achter te blijven en de reizigers met voldoende comfort kunnen reizen.’’ Als Dijksma nog wat doordenkt, kan ze vast, met hulp van een van haar uitgeslapen ambtenaren, wel iets beters bedenken om de NS aan de gemaakte afspraken te houden. Of zou ze misschien solliciteren naar een baantje bij de NS?

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws