Column Irene de Bel: Vertroebelde werkelijkheid

Trump introduceerde de term fakenews. Wat we vroeger nog propaganda noemden, heet nu nepnieuws. Iedereen kan via het internet ’nieuws’ verspreiden, overnemen en doorpompen. Maar niemand weet meer wat de bron is. Alles is met elkaar verweven in een vertroebelde werkelijkheid.

Complottheorieën krijgen online meer aandacht dan deugdelijke journalistieke onthullingen. De Russen blijken zich via Facebook maar wat graag te mengen in politieke discussies. Onrust veroorzaken, wantrouwige kiezers opstoken, het is allemaal té eenvoudig geworden.

Wat is echt en wat is nep? Wie kun je nog geloven? Als zelfs professionele nieuwssites geregeld trappen in fakenews-fuiken, is het voor de gewone nieuwsconsument al helemaal niet meer te doen om betrouwbare bronnen van lobby-gespin te onderscheiden.

Niet alleen het geschreven woord gaat bijna ten onder aan deze vertroebelde werkelijkheid, ook visuele berichten kunnen we niet meer vertrouwen. Foto’s worden zo goed gemanipuleerd dat je niet meer kunt zien of een politicus daadwerkelijk betrapt is tijdens een onderonsje met een terrorist, of dat een of andere grapjas je dat alleen maar wil laten denken. Een foto is geen bewijs.

Zelfs video-opnamen kunnen we niet meer vertrouwen. Want ook die blijken ogenschijnlijk zuiver gemanipuleerd te worden. Diverse social media-websites, waaronder Twitter, hebben deze week een verbod ingesteld op zogenoemde deep fakes.

Dat zijn pornovideo’s waar de hoofden van anderen, lees bekende vrouwen, op geplakt zijn. Maar dat is zo levensecht dat je zou denken dat het bijvoorbeeld echt Patricia Paay is.

Door al dit soort onzin krijg ik steeds meer de neiging sociale media de rug toe te keren. Waar ik een paar jaar geleden nog minstens dagelijks op Facebook zat, kijk ik nu misschien nog eens per week even kort. Ik blijk daarin niet de enige. Hoewel het aantal gebruikers op Facebook nog steeds groeit daalt het aantal minuten dat we er dagelijks aan besteden.

Een jaar geleden zat ik in een zaal vol hoofdredacteuren waar de Europese baas van Facebook hun hulp vroeg in de strijd tegen nepnieuws. De krantenhoofdredacteuren die ternauwernood hun redacties overeind wisten te houden, proestten het uit.

Gratis manuren weggeven aan de slokop waar ze al zoveel aan verloren hadden? Ze realiseerden zich maar al te goed dat een dik onbetrouwbaarheidsstempel op Facebook voor hen wel eens goed nieuws kon zijn.

Ondertussen blijkt het aantal digitale abonnementen op kranten vorig jaar inderdaad te zijn gegroeid. Waar lang werd gedachte dat je al het nieuws ook gewoon gratis kon krijgen, daalt het besef langzaam in dat kwaliteit een prijs heeft.

Steeds meer kranten durven hun eigen producties achter een inlog te publiceren en steeds meer consumenten zijn bereid te betalen voor een betrouwbare afzender.

Hoewel de bezuinigingen in de media de afgelopen jaren diepe kraters hebben geslagen op alle nieuwsredacties, lijkt de agressieve propaganda van Trump en Poetin de journalistiek nog net op tijd te kunnen redden.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws