Column Rob van Vuure: Nazaten

Column Rob van Vuure: Nazaten

Tijdens het lezen moest ik aan die nacht in Dronten denken, eind jaren-90. Ik zit middenin het boek ’Het nieuwe land’, 300 pagina’s, geschreven door historicus/journaliste Eva Vriend. Subtitel: ’Het verhaal van een polder die perfect moest zijn’. Op de achterflap: ’Alleen de besten waren welkom. Zwakkelingen kwamen er niet in. De selectieprocedure van de overheid was zeer streng en voerde zelfs tot in de slaapkamers: waren de bedden goed opgemaakt, was de linnenkast op orde?’

Noordoostpolder en Flevoland waren drooggevallen (1942-1956), maar je kreeg niet zomaar een boerderij toegewezen, er was een selectieprocedure. De heer ir. Bram Lindenbergh, jarenlang Hoofd Dienst Domeinen, ging uiteindelijk over ja of nee, over ’blij’ of ’levenslang boos’. Citaat: ’Intuïtie speelde een grote rol. Lindenbergh hield niet van praatjesmakers. De eerste polderbewoners moesten doorzetters zijn, er werd geselecteerd op poldermentaliteit’. Planoloog Paul Zoete: ’Iedereen die er wilde komen wonen, moest 23 jaar zijn, gehuwd zijn en drie kinderen krijgen. Zo strikt was het nog net niet, maar we waren er maar één stap vandaan’. Kandidaat-boeren en -boerinnen (uit Brabant, uit Zeeland) kregen onverwacht huisbezoek, waarbij gezondheid een belangrijk aandachtspunt was. Horen we daar een verontrustend kuchje? Sleept mevrouw niet een beetje met haar been? Een afgewezen boer: ’Ze keken of de pispot schoon was, en de plinten’. Ook belangrijk: hoeveel weckpotten staan er in de kelder? Bij een uiteindelijk ’ja’ was er groot feest, een brief met ’nee’ was soms een ramp: ’Melkbussen vol heb ik gehuild’.

De polders zijn begonnen met hardwerkende jonge boerengezinnen, voor een derde katholiek, voor een derde gereformeerd, voor een derde non-confessioneel. Huisartsen hielden zich de eerste jaren hoofdzakelijk met bevallingen bezig. Psychische problematieken waren er niet, ’de zeef van Lindenbergh’ had zijn werk gedaan. Tot in de ’60’er jaren was er nauwelijks sprake van criminaliteit. Voordat er in de Noordoostpolder een moord wordt gepleegd zijn we jaren verder. Dat geldt ook voor brandstichting en zedendelicten. Een agent: ’Als je ’s nachts een auto zag rijden, was dat vreemd. Dan noteerden we het nummer’. Logische vraag, uiteindelijk: is het stichten van de Brave New (Polder) World geslaagd? Waren de eerste polderbewoners inderdaad de ’ideale ingezetenen’? Is een nazaat van een goedgekeurde boer sneller te porren voor de opknapbeurt van het buurthuis of een benefietwedstrijd voor de lokale gehandicaptenbond?’ Als er ooit serieus onderzoek komt, zal ik over mijn nacht in Dronten vertellen. Kwart over twaalf, noodweer, lekke band, paniek, ’90’er jaren, geen mobiel, één huis waar licht brandde, aanbellen, vraag: mag ik bij u de Wegenwacht bellen? De man zei: duurt te lang, ik leg je reservewiel er wel even om. De vrouw zei: ik maak soep. Na een uurtje reed ik weer.

Dronten! Flevoland! Nazaten! Alsnog dank, meneer Lindenbergh.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws