Column Rob van Vuure: Sam en Sok

Column Rob van Vuure: Sam en Sok
© Archief
Rob van Vuure

Sinds kort wonen er ook twee jonge katjes bij ons in huis. Sam en Sok. Twee broertjes, twaalf weken oud, allebei rood van kleur maar Sok heeft witte pootjes, lijkt net of hij sokken aan heeft. Zodoende. De twee nieuwkomers beheersen bijna elk gesprek, waarbij ik de onderwerpen niet eens het interessantst vind. Het is meer de manier waaróp er over Sam en broertje Sok gesproken wordt.

Ik hoor mijn vrouw, die normaal zeer taalvaardig is, opeens zonder blikken of blozen zeggen: ’Wat nu, gaan we miauwtjemiauwtje doen?’ Of: ’Zijn je brokjes op, hoor ik daar knorretjes in je maag?’ Zodra Sam of Sok bij haar op schoot kruipt, is er sprake van acute hersenverweking: ’Poelie Poelie, nu kom je knussemus bij het vrouwtje, vind je lekker hè, krabbedekrabbie in je nekkie’.

Verder alles goed, hier thuis.

Sinds Sam en Sok stellen we onszelf herhaaldelijk de vraag: ’Hoe vertellen we het aan madame Brétin?’ Madame Brétin is op het platteland van Frankrijk al jaren onze buurvrouw, we huren daar vaak een zomerhuis. Met meneer Brétin runt ze hun grote boerderij: meer dan honderd koeien, tientallen schapen, geiten, een hond en drie katten. Nog zie ik de ontsteltenis in haar ogen toen ik een keer achteloos vertelde dat wij in Holland de katten gewoon in huis laten. Madame Brétin: ’In de huiskamer? Op de bank?’

Ze schudde niet begrijpend haar hoofd. De katten op het erf van de Brétins zijn geen huisdieren, ze zijn voor het nut, zoals ook de hond nuttig is. Hun hond zit dag en nacht aan een ketting en slaapt buiten in een vorm van hok. Bij vreemd volk hard blaffen, c’est tout.

Ook de drie katten leven buiten, komen nooit binnen, vinden bij hagel en regen altijd wel een beschut plekje. De katten zijn er voor de muizen en voor de ratten. Mevrouw Brétin roemt vooral de oudste van de drie. ’Die vangt acht muizen per week, ook bij slecht weer. En legt ze dan voor de deur’.

De middelste kat is een vrouwtje, elk jaar krijgt ze kittens en elk jaar zoekt mevrouw Brétin ze op ’om ze te verwijderen’. ’Logisch toch, moederschap leidt maar af’. Ooit werd een van haar katten aangereden door een tractor.

Volstrekt vanzelfsprekend was het slachtoffer diezelfde avond nog definitief verdwenen, een manklopende kat kan geen ratten vangen. Niks geen miauwtjemiauwtje, niks geen knussemus op schoot bij het vrouwtje. Ontwormen? Hahaha. Iets tegen vlooien of inenten tegen kattenziekte? Hahaha.

Als mevrouw Brétin zou horen dat we nu al twee keer met Sam en Sok naar de dierenarts zijn geweest. Als mevrouw Brétin zou horen dat er Royal Canin brokjes zijn gekocht. Als ze zou horen dat er een Europet Krabpaal Luxe is aangeschaft en dat er Sure Flap Microchips zijn aangebracht. Als...

Maar buurvrouw Brétin zal dat allemaal niet horen, als we er volgende week zijn. Alleen al zoiets absurds als een krabpaal! Het is niet uit te leggen, dus is besloten: veel rode wijn, veel praten, maar niets over die twee kleine Gooische prinsjes.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws