Column Tommy Wieringa: Traagheid is een deugd

Column Tommy Wieringa: Traagheid is een deugd
© © HDCMEDIA
BROEK IN WATERLAND 20130404 - Portret van Tommy Wieringa voor bij zijn kolom. FOTO: © HDCMEDIA / HANS VAN WEEL

Onderweg in Frankrijk reserveerde ik tot tweemaal toe een kamer in een hotel waar de receptionist was vervangen door een deurcode, en het barpersoneel door een koelkastje op de kamer. De deurcode werd me toegestuurd per sms, zodat ik niet voor een dichte deur zou staan, de kamersleutel lag klaar op de receptiebalie, vergezeld van de wificode. Niemand die je welkom heette, de mens was uit het hotel verdwenen.

Bij een snelwegketen als Formule 1 is dat normaal, in reguliere hotels is het nieuw voor me.

Ik ben er bezorgd over, niet zo bezorgd als over de nucleaire tango van Kim Jong-un en Donald Trump, maar toch: bezorgd. Het hotel is een onderkomen in den vreemde waar een receptionist je welkom hoort te heten, en je informeert over wanneer het vloed wordt en waar je goed kunt eten. De receptionist is het gezicht en het geweten van het hotel, zijn functie kan niet worden overschat. Vaak herinner je je niet alleen het hotel door de receptionist, maar bepaalt hij je hele herinnering aan de plaats die je bezocht. Het voelt als een onherwinbaar verlies als hij wordt vervangen door vier cijfers van het elektronische deurslot en een kamersleutel op de balie – een volgend vergeten beroep, zoals de mandenvlechter of de lantaarnopsteker.

Vooralsnog is de uitkomst van mijn onderzoek gebaseerd op een hotel in Villers-sur-Mer en eentje in Le Palais op Belle-Île, zodat mijn zorgen misschien voorbarig zijn.

De mensen op de terrassen in de haven van Le Palais lezen intussen een boek of spelen een potje schaak. In de ochtendkranten die met de eerste veerboot zijn meegekomen, lezen ze het nieuws van de beide overkanten – het vasteland aan de overzijde van de Golf van Morbihan en het land aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Tussen die twee polen van opwinding en rumoer bevindt zich het mooie eiland, waar je, als je de trappen naar de bovenstad beklimt, iemand gitaaretudes hoort oefenen achter een blauw luik en een oude dame een vogelkooitje met twee puttertjes op de vensterbank heeft gezet, met een ijzerdraadje vastgezet zodat het niet uit het raam waait. Op de vestingmuur is een boekwinkel gevestigd waar een moeder en een dochter de Franse literaire erfenis bewaken, je kunt er lezen en werken en wijn drinken.

Zo’n boekwinkel, een hotel met een receptionist, een stadje waar de tijd een beetje langzamer gaat dan elders – het klinkt al vlug naar nostalgie of valse romantiek. Maar het is niet zozeer weemoed over de verloren tijd, als wel vermoeidheid van de eigen tijd. In dit hyperdynamische tijdsgewricht is de beschrijving van een terras waar mensen boeken lezen en schaak spelen al heel ouderwets, een goeiige scene van een jaar of vijftig geleden. Wie traagheid en stilte wenst, voelt zich gemakkelijk een vreemdeling in deze tijd, met haar agressieve karakteristieken die ontwrichting, onrust en consumptie heten.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws