#demediamindfuck’ in Beeld en Geluid leert bezoeker kritisch kijken naar nieuws

#demediamindfuck’ in Beeld en Geluid leert bezoeker kritisch kijken naar nieuws
© Jorrit Lousberg
Spelenderwijs ontdekken wat nieuws is en hoe het je wereldbeeld vormt.

Waarom de krant nog lezen als je al het nieuws gratis kunt krijgen op Facebook, Twitter en Instagram? Het antwoord op die vraag borrelt vanzelf op tijdens een bezoek aan de nieuwe tentoonstelling in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum.

Nieuwsconsumenten kritischer maken, dat is de bedoeling van de tentoonstelling. Want de moderne mens wordt overspoeld door informatie.

Bij de entree van de tentoonstellingsruimte moet iedereen zich worstelen door een woud aan luidsprekers die flarden van radioprogramma’s uitbraken.

Wat is echt en wat is ’totally fake’? Op speelse en interactieve wijze leert de bezoeker zich een weg te banen in de brij aan informatie die dagelijks tot hem komt. In het Nieuwsarena-spel kan iedereen laten zien wat hij of zij waard is.

Deelnemers krijgen de rol van politicus, journalist, trol of nieuwsconsument toebedeeld en vanuit die rol moeten zij steeds kiezen welke Tweets zij retweeten (Door de tentoonstellingsmakers geplukt uit het enorme aanbod op Twitter).

Wat zou de nieuwsconsument de moeite waard vinden om te verspreiden? Laat hij de wereld weten dat hij het zielig vindt voor Kim Kardashian dat haar juwelen gestolen zijn?

,,Zoiets gun je niemand.” Of zegt hij: ,,Who the hell is she?” Gemakkelijk is het niet, want wie is de nieuwsconsument? Is hij serieus? Of is het iemand die kattenfilmpjes als nieuws beschouwt?

Terwijl trollen proberen verwarring te stichten met het doel invloed uit te oefenen, en iedereen op internet kwijt kan wat hij kwijt wil, proberen journalisten helderheid te verkrijgen.

In kleinere newsrooms wordt de bezoeker met de neus op de feiten gedrukt: Journalisten moeten zich aan een aantal spelregels houden. Zo moeten zij hoor- en wederhoor toepassen. Er staat echter niet bij dat dat niet altijd leidt tot evenwichtig nieuws.

Want de kleine groep van vijf procent van de deskundigen en opninionleaders die de klimaatverandering ontkennen krijgt daardoor net zo’n grote stem als de overige 95 procent.

De expositie leert dat nepnieuws niet iets van nu is. In de Tweede Wereldoorlog verspreidde het Duitsgezinde propagandablad De Gil nepnieuws met het doel de publieke opinie te beïnvloeden. Dat we door internet in een filterbubbel zitten, zoals nu vaak wordt gezegd, is ook niet nieuw.

In de tijd van de verzuiling was dat al zo. Was je Katholiek? Dan las je de Volkskrant. Nu bepalen algoritmes wat we te zien en te lezen krijgen.

Klik je vaak op ’Trump-artikelen’, dan tovert de computer er meer tevoorschijn. Het verschil met vroeger is, volgens de tentoonstellingsmakers, dat we ons er toen van bewust waren en nu niet. En nieuws wordt nu sneller rondgepompt.

De bezoekers worden op deze expositie bestookt met bewegende beelden, feiten, meningen. Vaak moet een standpunt ingenomen worden. Vindt Mark Rutte journalisten lastig? Of helpen ze hem juist een goede minister-president te zijn? Door de komst van de digitale wereld moeten we veel meer op onze hoede zijn.

De online wereld probeert nu wel nonsens van nieuws te scheiden maar toch moeten we zelf voortdurend kritisch blijven kijken. Volgens de tentoonstellingsmakers moet iedereen meerdere bronnen raadplegen.

Het gemakkelijkste noemen zij niet maar ligt binnen handbereik: beperk de nieuwsconsumptie tot de dagelijkse krant en het Journaal. Of is dat een vooringenomen mening?

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws