Een andere kijk op ’onze’ VOC

Een andere kijk op ’onze’ VOC
© Westfries Museum - Johan de Baen (1682)
’De Hoornse Kamer’ van de VOC, een portret met de mannen van de Vereenigde Oostindische Compagnie. „Het toont macht en status: dure kleding, pruiken, kaarten, navigatie-instrumenten en plattegronden van forten. Alles om te laten zien dat ze de wereld aan hun voeten hadden”, volgens het Westfries Museum.

Wie aan de VOC denkt, denkt aan economische groei, bloeiende handel en nationale trots. ’Wij’ Nederlanders waren toch maar mooi de oprichters van de eerste multinational ter wereld: de Vereenigde Oostindische Compagnie. Nederlanders met een ’VOC-mentaliteit’ kijken over grenzen, zijn optimistisch en blij met elkaar. Toch?

Keerzijde

De laatste jaren worden meer vraagtekens geplaatst bij de VOC als nationale trots. Er is steeds meer aandacht voor de keerzijde van het kolonialisme, al wordt dat niet altijd met luid gejuich ontvangen. Op het symposium Rethinking the VOC, dat vandaag plaatsvindt, presenteren onderzoekers hun ’andere kijk’ op de geschiedenis van de VOC. De organisatie is in handen van de Universiteit Leiden en het Nationaal Archief in Den Haag.

Straatnamen

Hoewel het lang geleden is, ligt het nog altijd gevoelig om te krabben waar het jeukt. Historicus Alicia Schrikker (Universiteit Leiden) is een van de sprekers op het symposium. Zij kent de discussies over zeehelden als Jan Pietersz. Coen en Peter Stuyvesant, die geëerd worden met standbeelden, tunnels en straten. Vorig jaar pleitte politieke partij DENK voor de ’dekolonisatie’ van straatnamen, na eerdere pogingen bijvoorbeeld de Coentunnel een andere naam te geven. Zulke debatten kennen over en weer felle en heftige reacties.

Schrikker: „Je hoort dan vaak uitspraken als: ’400 jaar kolonialisme zit heel diepgeworteld in de Nederlandse psyche’. Daar ben ik het zeker niet per se mee oneens, maar ik denk dan wel: hoe werkt dat eigenlijk? Voorbeelden die worden gebruikt zijn vaak van vrij recente datum, begin 20ste eeuw. Om die discussie goed te kunnen voeren moeten we dan écht 400 jaar terug.”

Reflex

Dergelijke discussies kunnen de stem van historici dus wel gebruiken, denkt Schrikker. „Als Nederlanders wiens voorouders onder kolonialisme geleefd hebben zich buitengesloten voelen doordat mensen als Jan Pietersz. Coen op een sokkel staan vind ik dat erg. Het krampachtig vasthouden aan dat soort namen of standbeelden vind ik beangstigend. Dat is een conservatieve reflex die laat zien dat mensen vinden dat niet iedereen bij onze geschiedenis hoort. Wat willen zij nu precies zeggen met die behoudzucht? Dat ze nog steeds hetzelfde zijn als die VOC-mannen van toen?”

Schrikker onderzoekt die ’VOC-mannen’ en hun opvattingen. De hogere VOC-medewerkers schreven talloze ’dagregisters’ en ‘memories’, maar tot nu toe werden die nog niet zo uitgebreid bestudeerd. Met dit materiaal wil Schrikker de koloniale ideologie van de Nederlanders blootleggen. Met welke ideeën reisden VOC’ers af naar Azië? Over wat ze kwamen doen, over de lokale bevolking en hun relatie met hen. Met andere woorden: hoe vonden ze eigenlijk zelf dat het ging? En hoe werkte dit gedachtegoed door in de koloniale periode na het failliet van de VOC?

Pragmatisch

„Er is lang gedacht dat de Nederlanders geen koloniale ideologie hadden”, legt Schrikker uit. „Want we zouden pragmatisch zijn en waren alleen op het geld gericht”. In het Verenigd Koninkrijk waren bijvoorbeeld publieke debatten over het kolonialisme en de rol die de Britten zouden moeten spelen in bijvoorbeeld India. Politiek filosofen als James Mill en Jeremy Bentham leverden een bijdrage. Dat soort discussies waren er niet in Nederland, maar dat betekent niet dat er geen ideeën waren over het rechtvaardigen van onderdrukking, denkt Schrikker.

Onder meer die dagregisters moeten daar meer licht op werpen. Bijvoorbeeld het dagregister uit Ternate van D.F.H. Helbach (geen VOC-man, wel koloniaal bestuurder), die in de 19e eeuw Hadip Nasser op bezoek krijgt. Deze handelaar heeft ruzie over het eigendom van een Koran en Helbach wordt gevraagd te beslissen wie de rechtmatige eigenaar is van het waardevolle, en bovendien heilige boek. „Dat soort anekdotes laten zien dat het contact tussen de Nederlanders en de lokale bevolking heel intensief was en ook heel alledaags.” Waar ik benieuwd naar ben zijn hoe die beschrijvingen van alledaagse gebeurtenissen overeenkomen met de stereotype opvattingen van de koloniale Nederlanders. Hoe beïnvloeden die het denken van Nederlanders in Azië?”

En, vervolgens, hoe werken die koloniale opvattingen door in het Nederland van nu? „Jaren geleden sprak ik een oudere man, op een bijeenkomst van de universiteit. Ik vertelde dat ik onderzoek deed naar Sri Lanka. Hij zei: ’oh dat is dat land waar die stammen nog steeds met elkaar vechten?’. Stammen? Ja, er was een burgeroorlog, maar waarom gebruik je andere termen voor Sri Lanka dan voor bijvoorbeeld Ierland? Aan dat soort woordgebruik zie je dat kolonialisme nog steeds doorwerkt. Er wordt een hiërarchie van beschavingen gemaakt.”

De komende vijf jaar werkt Schrikker, samen met andere academici aan dit project. De NWO financiert het onderzoek.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws