’Ik geniet van wat ik nu doe’

’Ik geniet van wat ik nu doe’
© Foto PR
Chantal Janzen in ’Het verlangen’.

Frank Ketelaar was gisteren jarig. De scenarioschrijver van de nieuwe Nederlandse speelfilm ’Het verlangen’ (volgende week in première) en van de hit-serie ’Klem’ werd 57 jaar. „Vanbinnen voel ik me vaak nog een jochie van elf. Die verbaasd is dat hij mee mag doen met de grote jongens.”

Zo’n grote jongen, dat is Frank Ketelaar tegenwoordig ook. De twee Gouden Kalveren die hij won voor zijn tv-film ’Escort’ (2006) en de succesvolle serie ’Overspel’ (2012) getuigen daarvan. In 2015 sleepte hij nóg twee Kalf-nominaties in de wacht: met zijn scenario’s van ’Publieke werken’ en het biografische Hazes-drama ’Bloed, zweet en tranen’ was de schrijver dat jaar zijn eigen concurrent. En op dit moment houdt hij met de misdaadserie ’Klem’ wekelijks meer dan anderhalf miljoen kijkers aan het tv-scherm gekluisterd.

Pingen

„De ochtend na de uitzending van ’Klem’ begint mijn telefoon al rond 7 uur te pingen”, vertelt de ras-Amsterdammer met een grijns. „Opgetogen berichten over de kijkcijfers zijn dat meestal, wat natuurlijk heel prettig is.” In zijn serie raken de levens van een onkreukbare belastinginspecteur (Barry Atsma) en een net uit de gevangenis ontslagen crimineel (Jacob Derwig) op een spannende manier met elkaar verweven. „Ik ben nu het tweede seizoen aan het schrijven”, zegt Ketelaar, die zelf ook de eerste drie delen van ’Klem’ regisseerde. „Dat deed ik omdat ik zelf de kapitein wilde zijn die het schip uit de haven zou varen en zo ook de koers kon uitzetten.”

Bij de vertoning van die eerste twee afleveringen tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht - waar Jacob Derwig werd verkozen tot de beste acteur in een tv-drama - begon het regie-bloed bij Frank Ketelaar wel een beetje te kriebelen, bekent hij. „Meestal vind ik het niet fijn om dingen die ik zelf heb geschreven terug te zien. Verre van dat zelfs. Deze keer had ik dat niet. Zittend in de zaal merkte ik dat het werkte: ’Klem’ is natuurlijk spannend, maar ook geestig, vond ik zelf. Dat is een beetje mijn hoekje, mijn ding. Plots zag ik mezelf met diezelfde ingrediënten ook wel een speelfilm regisseren.”

Bij ’Het verlangen’ was dat verlangen er niet. Misschien omdat Frank Ketelaar deze film maakte met regisseur Joram Lürsen, met wie hij veelvuldig samenwerkt sinds zij samen op de Filmacademie zaten. De scenarist die opgroeide in Amsterdam-West en zich daar gewapend wist met een bibliotheek-kaart - ’ik vrat al heel jong vijf boeken per week’ - ontpopte hij zich tijdens die filmopleiding zélf tot schrijver.

„Op de een af andere manier kwam iedereen altijd naar mij toe als er aan een script moest worden gesleuteld. Of ik bemoeide me er ongevraagd mee. Dat gebeurde niet alleen bij Joram, maar ook bij mensen als Maarten Treurniet en Johan Nijenhuis.”

„De kiem voor ’Het verlangen’ werd al gelegd toen Joram en ik nog maar net ’In oranje’ hadden gemaakt, in 2004 dus. Eigenlijk is het variatie op een klassiek komisch gegeven: de wisseltruc. Ik heb films die daarmee aan de haal gingen altijd erg leuk gevonden. ’The front’ bijvoorbeeld, waarin Woody Allen zich ten tijde van de Hollywood Blacklist uitgeeft voor de schrijver van scenario’s die eigenlijk van anderen zijn. Maar denk ook aanTrading places’ met Eddie Murphy en Dan Akroyd. Mijn eigen idee - over een uitgeverij die een lekker wijf op de cover van een boek zet omdat de echte schrijver een ouwe chagrijn is - bleek trouwens helemaal niet ver gezocht. Terwijl nog aan het scenario werkten, werd bekend dat thrillerschrijfster Suzanne Vermeer precies zo’n bedenksel was.”

Ketelaar had niet direct Chantal Janzen op het oog voor de hoofdrol. „Je moet je voorstellen: als ik begin, is er helemaal niets. Alleen ik en mijn laptop. Daarna vormde zich in dit geval een beeld van een aantrekkelijke jonge vrouw. Wie dat zou moeten spelen, daar kwamen Joram en ik pas later op. En toen waren we echt heel blij dat Chantal ’ja’ zei. Wat een topwijf is dat! Die kan echt zoveel! Vooral ontzettend goed acteren, wat ik haar eigenlijk liever zie doen dan tv-spelletjes presenteren.”

Lachend: „Al doet zij gelukkig precies waar ze zin in heeft.”

Afkloppen

Zelf doet hij niet anders. Frank Ketelaar mag dan een veelgevraagd scenarist zijn, de meeste van zijn projecten initieert hij zelf. „Even afkloppen, maar mijn mazzel is dat ik daarvoor meestal een gewillig oor vindt.” Hoewel hij zelf in 2006 een roman publiceerde - ’ik heb daarmee niet hoeven leuren, een uitgeverij vroeg erom’- koestert de schrijver verder geen literaire ambities.

„Wat ik nu doe, daar geniet ik van. Van het vertellen van mooie verhalen, maar ook van de commerciële kant van mijn werk. Je moet voelen welke ideeën levensvatbaar zijn, producenten overhalen daar geld in te steken én mensen zien te verleiden om te kijken naar wat je maakt. Dat heeft iets hoerigs. Wat ik stiekem ook wel lekker vind.”

Marco Weijers

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws