Terug naar de vrijheid: ’IS is niet wat ik er op internet over had gelezen’

Terug naar de vrijheid: ’IS is niet wat ik er op internet over had gelezen’

Twee jonge Nederlandse jihadi’s ontsnapten aan IS, maar vielen vervolgens in handen van Turkije. Als de Turkse rechter hen straks vrijspreekt van terrorisme, en die kans bestaat, dan heeft Nederland een probleem. „Ons openbaar ministerie zal goed moeten kijken naar de Turkse zaak”, zegt een bezorgde Dick Schoof.

Turkse soldaten kijken vreemd op als ze in de vroege ochtend van 31 oktober 2016 vijf mannen zien opdoemen uit het mijnenveld langs de grens met Syrië. ’Stop!’ roepen ze en ondanks vijf waarschuwingsschoten komt het groepje door de ochtendmist naderbij. Nadat ze ze zich hebben overgegeven aan de Turken, blijkt meteen dat ze alle vijf diep in het glaasje hebben gekeken. Twee blijken Nederlandse twintigers, Reda Nidalha en Oussama A., uit Leiden en Utrecht.

Oussama A. staat op de Nationale Terrorismelijst, maar verder is over de 22-jarige Utrechter bijna niets bekend. Reda Nidalha is een kleine beroemdheid. Zijn vader Mohamed is sinds de verdwijning van Reda de publiciteit nooit uit de weg gegaan. De verloren zoon werd zelfs geïnterviewd door een ploeg van de BBC, die in Syrië was doorgedrongen.

Reda en Oussama kwamen op 31 oktober niet rechtstreeks uit IS-gebied naar de Turkse grens. De laatste maanden voor hun oversteek brachten ze door in een kamp van het Vrije Syrische Leger (FSA). De BBC omschreef dat tussenstation als een ’heropvoedingskamp voor ex-IS-strijders’. Reda draaide er volwaardig mee met de militairen, droeg de blauwe FSA-band en had vuurwapens onder handbereik. Hij voelde zich een van hen.

Hun tussenstop bij het Vrije Syrische Leger kan juridisch weleens gunstig uitpakken voor ze. Turkije ziet deze fractie namelijk als bondgenoot, ook om in Syrië de Koerden te kunnen aanpakken. Nog een verzachtende omstandigheid is dat Reda en Oussama overlopen van spijt over hun IS-tijd. Met een beetje geluk kunnen ze Turkije dus verlaten met slechts een kleine straf. Hun advocaat Ferit Belgin stuurt zelfs aan op vrijspraak. „Ze zijn onschuldig”, zegt die. „Er zijn geen getuigen die iets kunnen verklaren over wat ze hebben misdaan bij IS.”

In Nederland is aanwezigheid in IS-gebied al genoeg voor een veroordeling. In Turkije niet. Twee mannen die samen met Reda en Oussama uit Syrië kwamen, werden door de rechter al zonder straf vrijgelaten. ’Uit alle bewijsstukken is gebleken dat verdachten zeggen dat ze bij het Vrije Syrische Leger tegen IS hebben gevochten, dat ze Syriërs zijn en voor hun vaderland hebben gevochten’, staat in het dossier.

„Ik begrijp niet waarom Reda naar het kalifaat is gereisd”, verzucht de Turkse advocaat. „Jullie hebben zo’n fijn land. Met democratie en sociale zekerheid en alles.”

Verkeerde vrienden

Reda gin in Leiden om met ’verkeerde vrienden’. Hij werd bang en zijn vader Mohamed stuurde hem voor zijn eigen veiligheid naar een oom in Antwerpen. Daar kwam hij echter in contact met Abu Jihad al-Belgici, verklaart Reda bij de Turkse politie. De ronselaar maakt hem enthousiast voor de jihad. Tegen zijn zusje vertelt Reda dat hij in Syrië kinderen en verkrachte vrouwen gaat helpen.

Om geen argwaan te wekken kiest Reda voor een sluiproute, via België, Düsseldorf en de Zuid-Turkse plaats Adana, en vanaf daar per bus naar het grensgebied bij Gaziantep. De oversteek gaat niet makkelijk. „In twee groepen trokken we naar de grens. De eerste groep had geen problemen, de tweede groep werd opgepakt door Turkse militairen, die ons sloegen, geld afpakten en terugstuurden. Uiteindelijk moesten we te voet in plaats van met de auto de grens over.”

Oussama is vermoedelijk de enige Nederlandse jihadist die tweemaal naar IS is afgereisd. De eerste keer bracht een taxichauffeur hem, vertelt hij zijn Turkse verhoorders. „Ik vond de sfeer niet leuk, het was chaotisch. Ik werd bang en ben diezelfde dag teruggegaan.” Op 12 augustus 2014 vloog hij weer naar huis. Drie maanden later, op 24 oktober 2014 maakte hij toch weer rechtsomkeert. De lokroep van het kalifaat is te sterk. „Ik stak de grens over met dertig Russen. Ik werd verwelkomd en ondervraagd door mannen met bedekte hoofden.”

Zowel Reda als Oussama krijgen na aankomst twee weken les in de islamitische wet. Ze krijgen opdracht om de wacht te houden aan de noordrand van het kalifaat, tegen Koerdisch territorium aan. Drie maanden later moet Reda van zijn bazen naar Kobani om tegen de PKK te vechten. Hij weigert (zegt hij) en doet een mislukte vluchtpoging. Andere deserteurs worden doodgeschoten, maar op de een of andere manier ontspringt de sociaal handige Reda de dans. Na twee maanden komt hij vrij. Hij gaat als verzorger aan het werk in een ziekenhuis. Er komt zelfs een vrouw in zijn leven. Hij betaalt een bruidsprijs van 3000 dollar.

Veel vuilnis

Als hij opnieuw een vluchtpoging doet, laat hij zijn vrouw achter. „IS was niet wat ik er op internet over had gelezen”, verklaart Reda. „In de organisatie was heel veel vuilnis te vinden.” Hij rijdt naar het grensgebied en steekt over naar het Vrije Syrische Leger. Hij vertelt dat hij een deserteur zonder benen op zijn rug meesjouwt richting de vrijheid. Een paar maanden later waagt ook Oussama de oversteek.

Tegenover de BBC vertelt Reda met een sjaal om zijn gezicht over zijn IS-tijd. „Ze doden mensen alsof het niks is. Als je niet vecht, behandelen ze je slecht. Ze gebruiken je als menselijk vlees. Ze laten niemand gaan. Velen hebben het vanaf het begin geprobeerd, maar ze worden gepakt en opgesloten. Ze zeggen dan dat ze je vermoorden als je het nog eens probeert.”

Reda onderhoudt via een krakkemikkige internetverbinding contact met zijn vader. Die is opgetogen: alles wijst erop dat zijn zoon nu snel naar Turkije en dan naar Nederland komt. Reda realiseert zich dat hem een forse gevangenisstraf boven het hoofd hangt, maar is bereid om die te ondergaan. Het enige probleem is: Nederland wil hem niet komen ophalen in het FSA-kamp. Na een paar maanden zijn Oussama en Reda het afwachten zat. Met drie metgezellen klimmen ze om drie uur ’s nachts over de muur en trekken ze in de ochtendmist door het mijnenveld naar Turks grondgebied.

„Nederland had misschien actiever beleid moeten gebruiken om die twee te laten terugkeren”, zegt de Leidse hoogleraar contraterrorisme Edwin Bakker. „Reda was bereid om zijn straf hier te ondergaan. Nu wordt de Nederlandse wens om haar eigen jihadisten te vervolgen, gefrustreerd door Turkije. Ik snap dat het voor het OM lastig is om iemand naar Nederland terug te helpen, maar ik heb hem liever in Nederland in de gevangenis dan dat hij opeens uit Turkije komt en als vrij man in Nederland rondloopt.”

Dick Schoof, nationaal coördinator terrorismebestrijding en veiligheid: „Wij zijn erop gericht ook deze jongens aan te houden, vast te zetten en voor de rechter te brengen. Maar als er een Turkse uitspraak ligt, moeten we heel nauwkeurig kijken of we niet in strijd raken met het beginsel dat niemand tweemaal voor hetzelfde mag worden berecht.’’

,,Er wordt hier absoluut over nagedacht en ook wel met enige zorg. Als hij daar wordt vrijgesproken of lichte straf krijgt, en wij kunnen hem niet meer veroordelen in Nederland.”

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws