Voor de fiscus ben je sneller ondernemer dan je denkt

Voor de fiscus ben je sneller ondernemer dan je denkt
© Archieffoto: ANP

Spullen verkopen via Marktplaats, de auto verhuren of je huis verhuren: Nederlanders hebben het handelen via internet massaal omarmd.

De Belastingdienst heeft dit ook gezien en pikt graag een graantje mee. „Voor de inkomstenbelasting wil de fiscus weten of je ondernemer bent. Of bij meer incidentele inkomsten, ’resultaatgenieter’. In beide gevallen worden de inkomsten belast en ben je in de volksmond ondernemer. Dat is altijd zo geweest”, zegt Marnix Veldhuijzen, fiscalist bij Baker & McKenzie. „Nieuw is dat in het internettijdperk veel meer mensen kans lopen ondernemer te zijn.” Maaltijden verkopen via Thuisafgehaald, het zou zomaar kunnen dat je zo al hobbyend het ondernemerschap inrolt.

Vandaar dat de Belastingdienst een internetpagina in het leven riep die gewijd is aan internet- en deeleconomie. Daar kom je er achter dat je bij verhuur van de eigen woning in ieder geval 70 procent van de huurinkomsten, minus de daarvoor gemaakte kosten, moet opgeven in Box 1 als inkomen uit werk en woning. Dat heeft overigens niets te maken met ondernemerschap, wel met de hypotheekrenteaftrek. „Net als het eigen woningforfait (fictief inkomen uit woning gebaseerd op de WOZ-waarde, red.) worden huuropbrengsten in mindering gebracht op de hypotheekrenteaftrek”, legt Veldhuijzen uit.

Ondernemerschap

Daarnaast kan de verhuur van je huis uitlopen op ondernemerschap als je aanvullende diensten verricht. Bijvoorbeeld als je ontbijt voor gasten klaarmaakt en met hen in je kielzog door de stad sjouwt. In dat geval moet je álle verhuurinkomsten opgeven. Dat geldt ook bij de verhuur van spullen via Peerby of van de auto met SnappCar. Wat ook telt is of je winst wil maken met de activiteit, hoe vaak je die uitvoert en hoe hoog de vergoeding is.

Is de grens tussen particulier en ondernemer hiermee duidelijk? „Nee”, zegt Veldhuijzen. „Je moet aanvoelen of je aan het ondernemen bent. Zolang het geld kost, is het waarschijnlijk hobby. Zodra het wat opbrengt, kan het ondernemen worden.” Je voorkomt een navordering door die grens in de gaten houden en te onthouden dat tegenprestaties in natura ook vergoedingen zijn. „De website over interneteconomie vind ik heel duidelijk”, zegt Koen Frenken, hoogleraar innovatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht. „Punt is alleen dat inkomsten vaak niet worden opgegeven, een probleem van alle tijden. Schoonmaken en bijles geven gebeurde vroeger ook zwart: met internetplatforms kunnen die sectoren wel witter worden.” Op een platform ben je immers zichtbaar. De Belastingdienst zal die bijbeunende burgers zelf moeten traceren en dat brengt veel uitvoeringskosten met zich mee. Frenken: ,,Terwijl er nauwelijks inkomsten tegenover staan.”

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws