Zwart-wit: Javazee

De Nederlandse verontwaardiging over de verdwijning van de oorlogswrakken in de Javazee laait plots op. Minister Zijlstra gaat Jakarta om opheldering vragen over de schending van het zeemansgraf van 915 Nederlandse zeelieden, die op 27 februari 1942 met de drie oorlogsbodems vergingen.

Dat de wrakken zijn geborgen en als oud ijzer zijn verkocht, was al langer bekend. Waarmee ook het lot van de overblijfselen van de opvarenden wel duidelijk was. Nederland heeft nadien vertrouwd op het onderzoek van de Indonesische autoriteiten. Daaruit zou blijken dat de oorlogsschepen illegaal geruimd zijn. De Nederlandse regering deed de zaak daarna af met een pakket aan afspraken over toekomstige bergingen van vergane Hollandse glorie in de Indonesische wateren.

Plaatselijke journalisten hebben de kwestie weer opgerakeld met getuigenissen dat voor de schroothandel van de wrakken wel degelijk vergunningen zijn verleend. Daarmee zijn de Indonesische regering, maar toch ook de Nederlandse ernstig in verlegenheid gebracht. Zijlstra heeft zelf evenzeer wat uit te leggen. Waarom keek Nederland lijdzaam toe hoe de Indonesiërs in deze teergevoelige zaak elke aansprakelijkheid hebben afgewimpeld?

De verontwaardiging is terecht, maar wel rijkelijk laat.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws