Lokale politiek wint aan kracht

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

5 min leestijd
Lokale politiek wint aan kracht
© Foto: Caspar Huurdeman
In Lage Vuursche, gemeente Baarn, worden de kiezers bedankt voor hun stem. Het reclamebedrijf dat ruim 400 billboards in het hele land heeft staan, kan die niet allemaal tegelijk weghalen. Vandaar ter overbrugging het bedankje.

Vier jaar geleden werd gevreesd voor een opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van onder de vijftig procent. Het bleef toen stabiel op 54 procent. Woensdag ging de opkomst voor het eerst sinds 1994 weer omhoog en wel naar 55 procent. Wint de plaatselijke politiek aan kracht?

Van een trendbreuk wil Tom van der Meer, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, niet spreken.

„Sinds het afschaffen van de opkomstplicht in 1970, is de opkomst gedaald. De laatste twaalf jaar is het redelijk stabiel. De afkalving was vier jaar geleden gering. Nu een iets hogere opkomst, maar ik zie dat niet als een trendbreuk. We schommelen nog steeds rond de vijftig procent.”

Vier jaar geleden was de verwachting dat de opkomst zou zakken naar 43 procent. Bij de verkiezingen voor de provincie en het Europees Parlement was het al gebruikelijk dat meer mensen thuisblijven dan er gaan stemmen. Woensdag ging ruim 55 procent van de kiezers naar de stembus.

In Alphen aan den Rijn schoot de opkomst zelfs van 41 naar ruim 56 procent. Beverwijk had vier jaar geleden de laagste opkomst in Noord-Holland en zag het cijfer nu klimmen van 43 naar 46 procent. Den Helder, Purmerend, Alkmaar, Zaandam, Hilversum, Haarlem, Zandvoort en Leiden. Overal ging de opkomst omhoog. Toch waren er ook dalers zoals Texel, Hollands Kroon, Blaricum en Kaag en Braassem.

Nog altijd stemt een groot aantal mensen met een landelijke blik. Landelijke trends beïnvloeden de lokale uitslagen.

„De winst van GroenLinks en het verlies van bijvoorbeeld PvdA komen met het landelijke beeld overeen. Kabinetspartijen hebben als geheel niet zo hard verloren als in 2014, maar het is ook nog erg vroeg om van kiezers een evaluatie van het kabinet te verwachten”, meent Van der Meer. Toch is het opvallend dat in veel gemeenten D66 is gekelderd. Een afstraffing voor de regeringsdeelname? En ook de SP is de crisis nog niet te boven.

Versplintering

Wel hebben partijen als Denk en PVV in enkele gemeenten meegedaan. Daarnaast zijn er nieuwe plaatselijke partijen ontstaan. Grote landelijke partijen verliezen lokaal terrein, terwijl landelijk het aantal raadszetels voor lokale partijen is toegenomen. Ook hier weer uitzonderingen zoals Alkmaar, Hollands Kroon en Zandvoort waar de lokale partijen inleverden.

Net als landelijk, leidt de komst van nieuwe partijen lokaal tot nivellering.

„Of negatief uitgedrukt tot versplintering. Coalitievorming wordt lastiger, maar je krijgt ook meer brede coalities. Soms van SP tot VVD. Zo’n brede coalitie maakt het lastiger voor partijen in de gemeenteraad om zich te profileren. Dat kan juist weer leiden tot ruimte voor nieuwe partijen die zeggen op te komen voor bepaalde belangen”, verklaart Van der Meer het toenemend aantal partijen. In Zaanstad komen nu zelfs dertien partijen in de gemeenteraad, Haarlem en Amsterdam twaalf, Alkmaar elf, Purmerend tien en Leiden en Hilversum negen.

Wanneer nieuwe partijen meedoen, zorgt dat meestal voor meer reuring en daarmee een hogere opkomst. In Amsterdam kon uit 38 lijsten worden gekozen. Voor ieder wat wils dus. Uit onderzoek is de laatste jaren gebleken dat vooral jongeren en allochtonen minder stemmen.

Wijken met veel koopkrachtige inwoners of met veel ouderen scoren het beste. Veel ouderen zien stemmen nog als een plicht, terwijl jongeren veel lastiger zijn te bereiken en veelal niet weten wat er plaatselijk speelt. „Met specifieke partijen als Denk krijg je wel meer kiezers met een migratieachtergrond naar de stembus. En jongeren hebben net de Tweede Kamerverkiezingen gehad.”

Toch is het gat met de Tweede Kamerverkiezingen groot. Toen ging 81,9 procent stemmen. Maar je zou toch verwachten dat kiezers de gemeenteraad het belangrijkste vinden?! Daar gaat het immers om plannen die hun directe leefomgeving raken.

Van der Meer: „Er wordt altijd geroepen dat de gemeente de bakermat van de democratie is, maar dat is niet zo. De landelijke politiek vormt voor de meeste kiezers het ijkpunt. Daar worden de kaders geplaatst. Daar wordt het meeste beleid gemaakt. Niet gek dat kiezers die verkiezingen het belangrijkste vinden.”

Tegenvaller

De opkomst viel de Leidse politicoloog Ralf de Jong juist tegen.

„Ik had gedacht dat de combinatie van een referendum en gemeenteraad nog meer mensen zou trekken. Twee keer stemmen in één ronde. Je ziet dat de opkomst van veel factoren afhankelijk is. Hoeveel reclame maken partijen en gemeenten voor de stembusgang? Hoe is het weer? En wat is de bemoeienis van landelijke politici? Ik heb de indruk dat landelijke kopstukken zich meer hebben laten zien dan vier jaar geleden. Dat leidt ook tot cynisme: mensen die dan niet gaan stemmen of bewust kiezen voor een lokale partij.”

De Jong vindt het jammer dat de gemeentepolitiek bij veel mensen niet leeft. „Dat terwijl de gemeenten steeds belangrijker worden. Steeds meer taken zijn van het rijk overgeheveld en daar komt over vier jaar ook de Omgevingswet nog eens bij. Het budget en de invloed is dan groter dan ooit. Maar dat zijn moeilijke, ingewikkelde onderwerpen. Dat is voor politici niet makkelijk en ook voor kiezers niet. Dan zie je dat het in de campagnes vooral gaat om thema’s als woningbouw, verkeer of een lokaal item. Je ziet dat plaatselijke partijen daarop inspelen.”

Julien van Ostaaijen van de Tilburg University heeft de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar het stemgedrag. Uit onderzoeken blijkt dat kiezers niet met een korte vierjaarlijkse campagne rond de verkiezingen te beïnvloeden zijn. Veel mensen zien gewoon het nut niet van die verkiezing. „Mensen zijn meer geneigd om te stemmen naarmate ze meer interesse en vertrouwen hebben in de politiek, meer kennis hebben van de politiek en tevredener zijn over het gemeentebestuur. Ook een groter en hechter sociaal netwerk kan de opkomstgeneigdheid vergroten”, doelt hij op de hoge opkomst in kleine gemeenten.

Verwarrend

Een organisatie als ProDemos probeert ook de kiezers meer te betrekken bij de politiek. Er is een landelijke campagne gevoerd om meer mensen naar de stembus te krijgen. „Kieswijzers helpen ook, maar de drempel blijft hoog. Voor veel mensen was het juist verwarrend dat ze twee oproepkaarten hadden gekregen. Die uitleg had beter gekund”, constateert projectleider Huri Sahin.

„We geven ook cursussen om de gemeenteraad beter te begrijpen. Dat heeft als bijvangst dat daaruit nieuwe kandidaten voor partijen rollen en in een enkel geval zelfs nieuwe lokale partijen. Het is belangrijk permanent burgers bij de politiek te betrekken en daarbij spelen huis-aan-huisbladen en regionale kranten een grote rol.”

De gemeenteraad mag dan steeds belangrijker worden, toch is de kans groot dat over vier jaar alsnog meer mensen thuisblijven dan er gaan stemmen. Zeker wanneer kiezers merken dat hun stem niets heeft uitgehaald. Gemeenten zoals Den Helder, Purmerend en Beverwijk zitten al onder die grens. Komt dan de legitimiteit in gevaar? Namens wie zitten die raadsleden er dan nog? Voor Van der Meer is dat geen item. „Het is pas echt een probleem wanneer bepaalde groepen in de samenleving massaal niet meer gaan stemmen. Dan wordt het zorgwekkend, maar dat is nog niet het geval.”