Man/vrouw van 2017

Gratis

Man/vrouw van 2017

Deze artikelen krijgt u cadeau van ons

13 ARTIKELENNIEUW (13)
13 jan. 2018

En de winnaar is... Marike van IJssel: ’zulke warme, ontroerende weken’

nieuwleestijd 2 min

En de winnaar is... Marike van IJssel: ’zulke warme, ontroerende weken’

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

2 min leestijd

Marike van IJssel, van onder meer de Leidse Geluksroute en de Gangmakerij, heeft de Leidsch Dagblad ’man/vrouw van het jaar’-verkiezing gewonnen. In café De Leidse Lente aan de Haagweg nam zij de trofee, het beeldje ’de krantenlezer’, in ontvangst uit handen van redactiechef Marijn Kramp. ,,Ik had het niet verwacht. 2017 voelde nou niet echt als een jaar waarin ik heel veel had gedaan.’’

Het was spannend tot het laatst, de eerste man/vrouw-verkiezing van deze krant. Vorige week ging archeoloog Tom Hazenberg nog aan de leiding, maar Van IJssel had een flinke eindspurt in petto. Van de 3637 uitgebrachte stemmen kreeg zij er uiteindelijk 693. Hazenberg eindigde op plek twee, met schaatser Jeroen Straathof op de hielen.

Ze was aanvankelijk een beetje overdonderd toen de krant haar belde met de mededeling dat ze genomineerd was. ,,Ik moest best even wennen aan het hele idee. 2017 voelde nou niet echt als een jaar waarin ik heel veel had gedaan’’, zegt ze. ,,Het duurde even voordat ik me realiseerde wat er op dat moment eigenlijk al achter de schermen gebeurd was. Dat mensen me genomineerd hadden, dat er al een soort van voorronde was geweest en dat ik nu op een shortlist stond. Het was echt een verrassing.’’

Aanvankelijk maakte ze er zelf ook niet zoveel werk van, terwijl andere genomineerden soms wel al actief bezig waren hun achterban te mobiliseren. ,,Ik dacht: ik zie wel hoe het gaat. Maar toen ik vervolgens op internet keek en zag dat Jeroen straathof een derde van de stemmen had en ik één procent of zo... dat is dan natuurlijk ook niet zo leuk, haha. Toen bedacht ik de nominatie toch maar wat te gaan delen. Want ik vind dat als je aan dan zoiets meedoet, je het wel serieus moet nemen.’’

Ze begint te stralen als ze terugdenkt aan wat er toen gebeurde. Van IJssel, die haar leven in dienst stelt van een missie om mensen gelukkig te maken en te inspireren, ontdekte hoeveel steun en bewonderaars ze daar de afgelopen jaren mee heeft gekregen, en hoeveel mensen haar kandidatuur inderdaad zeer serieus namen. ,,Anderen gingen mijn nominatie ook weer delen en er kwamen allemaal warme reacties... Ik vond het heel bijzonder hoe zij het oppakten. De afgelopen weken waren zó warm en ontroerend.’’

Niettemin was het pas in het laatste weekend dat gestemd kon worden, dat Van IJssel eraan dacht om haar nominatie ook eens te vermelden op haar facebookpagina. Toen had ze al wel honderden stemmen op haar naam, maar het gaf net het laatste zetje dat ze nodig had om te winnen. En om Tom Hazenberg van plek één af te stoten. Die kan er wel om lachen en gunt Van IJssel de titel van harte. Sterker, hij was de afgelopen weken niet alleen bezig stemmen te vergaren, maar ijverde er ook voor de genomineerden samen te brengen. ,,Ik zou het namelijk heel leuk vinden als wij, en toekomstige genomineerden misschien ook wel, met elkaar iets zouden kunnen gaan doen. Dat we samen weer tot nieuwe initiatieven kunnen komen voor de stad.’’

Van IJssel heeft hij met die wens alvast voor zich gewonnen. ,,Dat lijkt me heel erg leuk, en dat soort dwarsverbanden heeft Leiden ook gewoon heel hard nodig. Ik droom al jaren van een geluksplek in Leiden zoals die in andere steden wel al bestaat, waar dingen samenkomen’’, zegt zij. ,,Dat dit beeldje nu naar mij komt, geeft denk ik ook aan dat er waardering is voor bewustwording. Misschien dat ik hiermee in de hand maar eens op de burgemeester af moet stappen om te kijken of we in een van de leegstaande panden niet zo’n geluksplek kunnen maken...’’

Het was spannend tot het laatst, de eerste man/vrouw-verkiezing van deze krant. Vorige week ging archeoloog Tom Hazenberg nog aan de leiding, maar Van IJssel had een flinke eindspurt in petto. Van de 3637 uitgebrachte stemmen kreeg zij er uiteindelijk 693. Hazenberg eindigde op plek twee, met schaatser Jeroen Straathof op de hielen.

Ze was aanvankelijk een beetje overdonderd toen de krant haar belde met de mededeling dat ze genomineerd was. ,,Ik moest best even wennen aan het hele idee. 2017 voelde nou niet echt als een jaar waarin ik heel veel had gedaan’’, zegt ze. ,,Het duurde even voordat ik me realiseerde wat er op dat moment eigenlijk al achter de schermen gebeurd was. Dat mensen me genomineerd hadden, dat er al een soort van voorronde was geweest en dat ik nu op een shortlist stond. Het was echt een verrassing.’’

Aanvankelijk maakte ze er zelf ook niet zoveel werk van, terwijl andere genomineerden soms wel al actief bezig waren hun achterban te mobiliseren. ,,Ik dacht: ik zie wel hoe het gaat. Maar toen ik vervolgens op internet keek en zag dat Jeroen straathof een derde van de stemmen had en ik één procent of zo... dat is dan natuurlijk ook niet zo leuk, haha. Toen bedacht ik de nominatie toch maar wat te gaan delen. Want ik vind dat als je aan dan zoiets meedoet, je het wel serieus moet nemen.’’

Ze begint te stralen als ze terugdenkt aan wat er toen gebeurde. Van IJssel, die haar leven in dienst stelt van een missie om mensen gelukkig te maken en te inspireren, ontdekte hoeveel steun en bewonderaars ze daar de afgelopen jaren mee heeft gekregen, en hoeveel mensen haar kandidatuur inderdaad zeer serieus namen. ,,Anderen gingen mijn nominatie ook weer delen en er kwamen allemaal warme reacties... Ik vond het heel bijzonder hoe zij het oppakten. De afgelopen weken waren zó warm en ontroerend.’’

Niettemin was het pas in het laatste weekend dat gestemd kon worden, dat Van IJssel eraan dacht om haar nominatie ook eens te vermelden op haar facebookpagina. Toen had ze al wel honderden stemmen op haar naam, maar het gaf net het laatste zetje dat ze nodig had om te winnen. En om Tom Hazenberg van plek één af te stoten. Die kan er wel om lachen en gunt Van IJssel de titel van harte. Sterker, hij was de afgelopen weken niet alleen bezig stemmen te vergaren, maar ijverde er ook voor de genomineerden samen te brengen. ,,Ik zou het namelijk heel leuk vinden als wij, en toekomstige genomineerden misschien ook wel, met elkaar iets zouden kunnen gaan doen. Dat we samen weer tot nieuwe initiatieven kunnen komen voor de stad.’’

Van IJssel heeft hij met die wens alvast voor zich gewonnen. ,,Dat lijkt me heel erg leuk, en dat soort dwarsverbanden heeft Leiden ook gewoon heel hard nodig. Ik droom al jaren van een geluksplek in Leiden zoals die in andere steden wel al bestaat, waar dingen samenkomen’’, zegt zij. ,,Dat dit beeldje nu naar mij komt, geeft denk ik ook aan dat er waardering is voor bewustwording. Misschien dat ik hiermee in de hand maar eens op de burgemeester af moet stappen om te kijken of we in een van de leegstaande panden niet zo’n geluksplek kunnen maken...’’

30 dec. 2017

Full time in actie tegen plastic soup

nieuwleestijd 3 min

Full time in actie tegen plastic soup

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

3 min leestijd

De handtekeningen druppelden eerst maar langzaam binnen, maar Merijn Tinga bleef doorbikkelen om de benodigde 40.000 steunbetuigingen binnen te halen voor zijn burgerinitiatief: statiegeld op kleine frisdrankflesjes. De Leidenaar - bij velen bekend als de Plastic Soup Surfer - bracht in februari van dit jaar uiteindelijk 55.000 hartjes naar de Tweede Kamer, symbool voor evenveel handtekeningen. ,,Heel mooi hoe hij op een grootse manier zijn dromen en idealen nastreeft’’, schreef een lezer.

Laatst zei Merijn Tinga tegen zijn dochter Jildou dat hij haar ontzettend mist. Terwijl hij tegenwoordig veel vanuit huis werkt en haar dus vaak tegen komt. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat is de Plastic Soup Surfer bezig met zijn grote campagne om statiegeld ingevoerd te krijgen voor kleine PET-flesjes en aandacht te vragen voor de vervuiling van de oceanen. Zelfs als hij in zijn bed ligt, denkt hij daar nog over na.

Het is een full time bezigheid geworden. Niet alleen maar ’surfen’ maar hard werken. Iedereen kent de Leidenaar van zijn in het oog springende expedities en avonturen. Afgelopen jaar peddelde hij op een sup-board gemaakt van plastic afval de complete Rijn af, 1200 kilometer van de Zwitserse Alpen naar de Noordzee. In 2016 stak hij met een hydrofoil kite - waarvan het board eveneens gemaakt was van rotzooi - de Noordzee over.

Maar achter die publieksmomenten zitten uren en uren kantoorarbeid ’verstopt’: lobbyen, vergaderen, overleggen, plannen, praten en weer opnieuw dat hele rijtje. ,,Ik heb mijn baan opgezegd’’, zegt Tinga. ,,Ik werkte part time als activiteitenbegeleider in de GGZ. Ze waren enorm flexibel als ik als Plastic Soup Surfer tijd nodig had. Maar de laatste tijd merkte ik meer en meer dat het niet meer te combineren is.’’

Focus

Tinga vraagt al lange tijd aandacht voor de ernstige vervuiling - met plastics - van zee en oceaan. In 2014 maakte hij het probleem zichtbaar met een recordpoging: Met een kite ’downwinden’ langs de hele Nederlandse kust, van de Belgische grens tot het Duitse Waddeneiland Borkum. In 2015 nam hij zijn hele gezin (naast Jildou ook zoon Fedde en vrouw Bregtje) mee op een zeiltocht van vijf maanden over de Noordzee en de Oostzee. Ze jaagden tijdens dat avontuur dagelijks op plastic. ,,Als je er op gaat letten, zie je het overal. Vroeger viel me dat plastic niet zo op, als er een klein stukje onder het zand vandaan kwam steken op het strand. Inmiddels wel. Pas als je focus verandert, merk je hoeveel het is’’, zei hij toen.

De Plastic Soup Surfer is er inmiddels in geslaagd om de focus van duizenden Nederlanders te veranderen. Na zijn Noordzee-oversteek in 2016 naar Engeland, verzamelde hij 55.000 handtekeningen, ruim genoeg om het plastic probleem in Den Haag op de politieke agenda te krijgen. Tinga’s verzoek - gevat in een motie - was om de invoering van statiegeld op kleine PET-flesjes te regelen. Nu komen er in Nederland elk jaar 14 miljoen flesjes in het milieu terecht.

Uitgesteld

Naast 55.000 Nederlanders kreeg de Plastic Soup Surfer in februari ook een meerderheid van de Tweede Kamer achter zich en beloofde de toenmalige staatssecretaris dat er eind 2017 een voorstel zou zijn. ,,Ik had gehoopt mijn jaar op 13 december te kunnen afsluiten met succes’’, zegt Tinga. Het statiegeldverhaal stond op die dag voor het algemeen overleg circulaire economie op de agenda van het parlement. Helaas, kort voor het moment suprême werd besloten om het overleg uit te stellen tot februari 2018. Dat heeft alles te maken met ontwikkelingen aan de andere kant van de wereld: China heeft een importverbod afgekondigd per 1 januari van afvalplastic (zoals PET-flesjes), een probleem voor de Nederlandse plastic-inzameling. Maar tegelijkertijd misschien ook een steun in de rug voor de Plastic Soup Surfer: de invoering van statiegeld op kleine PET-flesjes is daarmee nog belangrijker en urgenter geworden.

Maar Tinga is op zijn hoede en blijft heel actief lobbyen, praten, vergaderen en overleggen. ,,De politici weten zo hun woorden uit te spreken dat het ’a’ en ’b’ kan zijn. Puntje bij paaltje zeggen ze dan ineens dat het ’b’ is. Het enige wat ervoor kan zorgen dat straks statiegeld ingevoerd gaat worden, is maatschappelijke druk. Het is een kwestie van lange adem hebben en je niet uit het veld laten slaan. Ik ben ook veel in gesprek met CEO’s van frisdrankfabrieken en supermarktketens. Het is belangrijk om het spel samen met hen te spelen, een relatie op te bouwen en de gemeenschappelijke belangen te zoeken. Het is een schaakspel. Ik denk voortdurend stappen vooruit.’’

Dat klinkt bijzonder uit de mond van een man, die het liefste op een kiteboard staat met de wind in zijn haren. Tinga: ,,Ja, gek eigenlijk. Ik heb zitten denken: waar word ik nu eigenlijk voor genomineerd? Dat ik nu in die andere wereld mee speel, waar ik anders nooit binnen zou komen?’’

Annet van Aarsen

Laatst zei Merijn Tinga tegen zijn dochter Jildou dat hij haar ontzettend mist. Terwijl hij tegenwoordig veel vanuit huis werkt en haar dus vaak tegen komt. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat is de Plastic Soup Surfer bezig met zijn grote campagne om statiegeld ingevoerd te krijgen voor kleine PET-flesjes en aandacht te vragen voor de vervuiling van de oceanen. Zelfs als hij in zijn bed ligt, denkt hij daar nog over na.

Het is een full time bezigheid geworden. Niet alleen maar ’surfen’ maar hard werken. Iedereen kent de Leidenaar van zijn in het oog springende expedities en avonturen. Afgelopen jaar peddelde hij op een sup-board gemaakt van plastic afval de complete Rijn af, 1200 kilometer van de Zwitserse Alpen naar de Noordzee. In 2016 stak hij met een hydrofoil kite - waarvan het board eveneens gemaakt was van rotzooi - de Noordzee over.

Maar achter die publieksmomenten zitten uren en uren kantoorarbeid ’verstopt’: lobbyen, vergaderen, overleggen, plannen, praten en weer opnieuw dat hele rijtje. ,,Ik heb mijn baan opgezegd’’, zegt Tinga. ,,Ik werkte part time als activiteitenbegeleider in de GGZ. Ze waren enorm flexibel als ik als Plastic Soup Surfer tijd nodig had. Maar de laatste tijd merkte ik meer en meer dat het niet meer te combineren is.’’

Focus

Tinga vraagt al lange tijd aandacht voor de ernstige vervuiling - met plastics - van zee en oceaan. In 2014 maakte hij het probleem zichtbaar met een recordpoging: Met een kite ’downwinden’ langs de hele Nederlandse kust, van de Belgische grens tot het Duitse Waddeneiland Borkum. In 2015 nam hij zijn hele gezin (naast Jildou ook zoon Fedde en vrouw Bregtje) mee op een zeiltocht van vijf maanden over de Noordzee en de Oostzee. Ze jaagden tijdens dat avontuur dagelijks op plastic. ,,Als je er op gaat letten, zie je het overal. Vroeger viel me dat plastic niet zo op, als er een klein stukje onder het zand vandaan kwam steken op het strand. Inmiddels wel. Pas als je focus verandert, merk je hoeveel het is’’, zei hij toen.

De Plastic Soup Surfer is er inmiddels in geslaagd om de focus van duizenden Nederlanders te veranderen. Na zijn Noordzee-oversteek in 2016 naar Engeland, verzamelde hij 55.000 handtekeningen, ruim genoeg om het plastic probleem in Den Haag op de politieke agenda te krijgen. Tinga’s verzoek - gevat in een motie - was om de invoering van statiegeld op kleine PET-flesjes te regelen. Nu komen er in Nederland elk jaar 14 miljoen flesjes in het milieu terecht.

Uitgesteld

Naast 55.000 Nederlanders kreeg de Plastic Soup Surfer in februari ook een meerderheid van de Tweede Kamer achter zich en beloofde de toenmalige staatssecretaris dat er eind 2017 een voorstel zou zijn. ,,Ik had gehoopt mijn jaar op 13 december te kunnen afsluiten met succes’’, zegt Tinga. Het statiegeldverhaal stond op die dag voor het algemeen overleg circulaire economie op de agenda van het parlement. Helaas, kort voor het moment suprême werd besloten om het overleg uit te stellen tot februari 2018. Dat heeft alles te maken met ontwikkelingen aan de andere kant van de wereld: China heeft een importverbod afgekondigd per 1 januari van afvalplastic (zoals PET-flesjes), een probleem voor de Nederlandse plastic-inzameling. Maar tegelijkertijd misschien ook een steun in de rug voor de Plastic Soup Surfer: de invoering van statiegeld op kleine PET-flesjes is daarmee nog belangrijker en urgenter geworden.

Maar Tinga is op zijn hoede en blijft heel actief lobbyen, praten, vergaderen en overleggen. ,,De politici weten zo hun woorden uit te spreken dat het ’a’ en ’b’ kan zijn. Puntje bij paaltje zeggen ze dan ineens dat het ’b’ is. Het enige wat ervoor kan zorgen dat straks statiegeld ingevoerd gaat worden, is maatschappelijke druk. Het is een kwestie van lange adem hebben en je niet uit het veld laten slaan. Ik ben ook veel in gesprek met CEO’s van frisdrankfabrieken en supermarktketens. Het is belangrijk om het spel samen met hen te spelen, een relatie op te bouwen en de gemeenschappelijke belangen te zoeken. Het is een schaakspel. Ik denk voortdurend stappen vooruit.’’

Dat klinkt bijzonder uit de mond van een man, die het liefste op een kiteboard staat met de wind in zijn haren. Tinga: ,,Ja, gek eigenlijk. Ik heb zitten denken: waar word ik nu eigenlijk voor genomineerd? Dat ik nu in die andere wereld mee speel, waar ik anders nooit binnen zou komen?’’

Annet van Aarsen

30 dec. 2017

’Eindelijk De Stijl in de stad’

nieuwleestijd 3 min

’Eindelijk De Stijl in de stad’

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

3 min leestijd

Petra Hoogeveen is voorgedragen vanwege haar niet te stuiten inzet voor de stichting Vierkant in Vierkant in haar woonplaats. Meer dan 25 jaar heeft ze zich hard gemaakt voor de komst van de door Theo van Doesburg ontworpen ’fontein’ naar Leiden. In 2017, het jaar dat het honderd jaar geleden is dat Van Doesburg het tijdschrift De Stijl in Leiden begon, is het haar gelukt. Het kunstwerk is dit najaar geplaatst voor het voormalige belastingkantoor aan de Morssingel. In het verleden was ze ook actief voor buurtvereniging Transvaal.

De Stijl ontstond in Leiden. Het baanbrekende tijdschrift werd in 1917 door kunstenaar Theo van Doesburg opgericht. Toch is er in deze stad maar weinig dat de herinnering aan De Stijl levend houdt.

In het Stijljaar 2017 is daar eindelijk verandering in gekomen. Afgelopen september werd het door Van Doesburg ontworpen kunstwerk Vierkant in Vierkant neergezet voor het voormalige belastingkantoor aan de Morssingel. ,,Dat werd tijd ook’’, vindt Petra Hoogeveen. ,,In 1989 is daar al om verzocht in een motie die door de Leidse gemeenteraad is aangenomen. Waarom het zoveel jaar heeft geduurd? Ik heb geen idee.’’

Schouwburg

Hoogeveen is geboren en getogen in Leiden. Haar vader was achtereenvolgens toneelmeester, bedrijfsleider en directeur van de Leidse Schouwburg. Je zou dus zeggen dat kunst en cultuur haar met de paplepel zijn ingegoten. ,,Nee, dat valt wel tegen. Mijn vader was een ouderwetse man. Hij wilde vooral verantwoord met gemeenschapsgeld omspringen. Ik nam wel eens een kijkje bij repetities of achter de schermen.’’

Op haar zestiende ging ze het huis uit om in een kraakpand te wonen. ,,Het was de hippietijd en ook ik had zo’n stip op mijn voorhoofd.’’ Ze hing rond bij jongerencentrum Troef en poppodium Kreatief, de voorloper van het LVC. ,,Ik was altijd concerten aan het regelen en andere dingen aan het organiseren. Later ook voor restaurant De Bijlen en buurthuis ’t Spoortje.’’

Stationsplein

Bernard Stöxen, raadslid van Leiden Weer Gezellig, diende in 1989 een motie in om Vierkant in Vierkant naar Leiden te halen. Theo van Doesburg ontwierp het kunstwerk in 1917 - hij woonde toen in Leiden aan het Galgewater - voor het stationsplein in Leeuwarden. Bij deze prijsvraag werd hij tweede en zijn ontwerp werd nooit uitgevoerd.

De motie werd aangenomen, maar nooit uitgevoerd. Ook raadslid Elly Kerkhofs steunde de motie. ,,Wij kenden haar goed uit de tijd van Troef. Na haar dood in 1997 besloten wij met een groep vrienden ter nagedachtenis aan haar hier eens werk van te maken.’’

,,Eerlijk gezegd kende ik De Stijl en Theo van Doesburg helemaal niet’’, verklapt Petra Hoogeveen. ,,Ik ben me er eens in gaan verdiepen en viel van de ene verbazing in de andere. Er is in Leiden een revolutionaire kunstbeweging ontstaan en bijna niemand die het weet.’’ Als een pitbull beet zij zich vast in deze materie. Ze bestookte raadsleden met brieven, ging naar informatiebijeenkomsten en bleef er in de pers blijvend aandacht voor vragen. ,,We hebben een stichting opgericht en contact gezocht met de erven van Theo van Doesburg. Zij stemden ermee in dat Vierkant in Vierkant in Leiden zou worden neergezet. Leeuwarden had het immers afgewezen; dus het Stationsplein was een mooi alternatief.’’

Maquette

Toch duurde het nog jaren voordat de fontein (’dat moest het volgens de prijsvraag worden, maar Van Doesburg wilde er geen water in’) gerealiseerd werd. ,,We hebben een maquette gebouwd voor het Stationsplein toen er in 2009 een expositie over De Stijl in Museum De Lakenhal was. Er waren veel enthousiaste reacties, maar toch was het volgens de gemeente geen geschikte plek.’’ Ook de Beestenmarkt en de Lammermarkt vielen af als mogelijke locaties.

In het Stijljaar 2017 moest het toch echt gebeuren. Met een slotoffensief lukte het om voldoende geld en een geschikte plek te bemachtigen. ,,De locatie is niet geweldig’’, vindt Petra Hoogeveen. ,,We zijn akkoord gegaan omdat Vierkant in Vierkant er dit jaar echt moest komen. Hij staat een beetje in een uithoek en verscholen achter wat bomen. Maar hij staat wel! En dat vervult me met trots.’’

Het kunstwerk blijft staan tot dat gebied opnieuw wordt ingericht. Daarna keert Vierkant in Vierkant terug en worden de blokken ook netjes afgewerkt. Haar taak zit er dus op? ,,Welnee, wij zijn nog geld bij elkaar aan het sprokkelen voor de definitieve versie van de sculptuur. Voor 150 euro kan men een betonblok adopteren. Zilversmid Isabelle Riffon maakt broches en hangers van het beeld; ook die moeten geld in het laatje brengen. Maar de komst van het kunstwerk is wel de kroon op het Stijljaar.’’

Theo de With

De Stijl ontstond in Leiden. Het baanbrekende tijdschrift werd in 1917 door kunstenaar Theo van Doesburg opgericht. Toch is er in deze stad maar weinig dat de herinnering aan De Stijl levend houdt.

In het Stijljaar 2017 is daar eindelijk verandering in gekomen. Afgelopen september werd het door Van Doesburg ontworpen kunstwerk Vierkant in Vierkant neergezet voor het voormalige belastingkantoor aan de Morssingel. ,,Dat werd tijd ook’’, vindt Petra Hoogeveen. ,,In 1989 is daar al om verzocht in een motie die door de Leidse gemeenteraad is aangenomen. Waarom het zoveel jaar heeft geduurd? Ik heb geen idee.’’

Schouwburg

Hoogeveen is geboren en getogen in Leiden. Haar vader was achtereenvolgens toneelmeester, bedrijfsleider en directeur van de Leidse Schouwburg. Je zou dus zeggen dat kunst en cultuur haar met de paplepel zijn ingegoten. ,,Nee, dat valt wel tegen. Mijn vader was een ouderwetse man. Hij wilde vooral verantwoord met gemeenschapsgeld omspringen. Ik nam wel eens een kijkje bij repetities of achter de schermen.’’

Op haar zestiende ging ze het huis uit om in een kraakpand te wonen. ,,Het was de hippietijd en ook ik had zo’n stip op mijn voorhoofd.’’ Ze hing rond bij jongerencentrum Troef en poppodium Kreatief, de voorloper van het LVC. ,,Ik was altijd concerten aan het regelen en andere dingen aan het organiseren. Later ook voor restaurant De Bijlen en buurthuis ’t Spoortje.’’

Stationsplein

Bernard Stöxen, raadslid van Leiden Weer Gezellig, diende in 1989 een motie in om Vierkant in Vierkant naar Leiden te halen. Theo van Doesburg ontwierp het kunstwerk in 1917 - hij woonde toen in Leiden aan het Galgewater - voor het stationsplein in Leeuwarden. Bij deze prijsvraag werd hij tweede en zijn ontwerp werd nooit uitgevoerd.

De motie werd aangenomen, maar nooit uitgevoerd. Ook raadslid Elly Kerkhofs steunde de motie. ,,Wij kenden haar goed uit de tijd van Troef. Na haar dood in 1997 besloten wij met een groep vrienden ter nagedachtenis aan haar hier eens werk van te maken.’’

,,Eerlijk gezegd kende ik De Stijl en Theo van Doesburg helemaal niet’’, verklapt Petra Hoogeveen. ,,Ik ben me er eens in gaan verdiepen en viel van de ene verbazing in de andere. Er is in Leiden een revolutionaire kunstbeweging ontstaan en bijna niemand die het weet.’’ Als een pitbull beet zij zich vast in deze materie. Ze bestookte raadsleden met brieven, ging naar informatiebijeenkomsten en bleef er in de pers blijvend aandacht voor vragen. ,,We hebben een stichting opgericht en contact gezocht met de erven van Theo van Doesburg. Zij stemden ermee in dat Vierkant in Vierkant in Leiden zou worden neergezet. Leeuwarden had het immers afgewezen; dus het Stationsplein was een mooi alternatief.’’

Maquette

Toch duurde het nog jaren voordat de fontein (’dat moest het volgens de prijsvraag worden, maar Van Doesburg wilde er geen water in’) gerealiseerd werd. ,,We hebben een maquette gebouwd voor het Stationsplein toen er in 2009 een expositie over De Stijl in Museum De Lakenhal was. Er waren veel enthousiaste reacties, maar toch was het volgens de gemeente geen geschikte plek.’’ Ook de Beestenmarkt en de Lammermarkt vielen af als mogelijke locaties.

In het Stijljaar 2017 moest het toch echt gebeuren. Met een slotoffensief lukte het om voldoende geld en een geschikte plek te bemachtigen. ,,De locatie is niet geweldig’’, vindt Petra Hoogeveen. ,,We zijn akkoord gegaan omdat Vierkant in Vierkant er dit jaar echt moest komen. Hij staat een beetje in een uithoek en verscholen achter wat bomen. Maar hij staat wel! En dat vervult me met trots.’’

Het kunstwerk blijft staan tot dat gebied opnieuw wordt ingericht. Daarna keert Vierkant in Vierkant terug en worden de blokken ook netjes afgewerkt. Haar taak zit er dus op? ,,Welnee, wij zijn nog geld bij elkaar aan het sprokkelen voor de definitieve versie van de sculptuur. Voor 150 euro kan men een betonblok adopteren. Zilversmid Isabelle Riffon maakt broches en hangers van het beeld; ook die moeten geld in het laatje brengen. Maar de komst van het kunstwerk is wel de kroon op het Stijljaar.’’

Theo de With

29 dec. 2017

’Ik ben moed gaan tonen’

nieuwleestijd 3 min

’Ik ben moed gaan tonen’

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

3 min leestijd

Velen kennen Marike van IJssel van de Geluksroute. Begonnen in 2012 in Leiden is de Geluksroute ondertussen in meer plaatsen een begrip geworden. Vastberaden weet ze hier haar hart te volgen en mensen te inspireren om in te stappen en mee te doen. ,,Marike’s kracht is om respectvol, met compassie en vanuit afstemming met bekenden en onbekenden om te gaan. Door haar zachte en vastberaden kracht, met haar visie en dromen stevig in het vizier, bereikt zij de harten van zeer veel mensen. Zij ziet de kracht van werkelijke aandacht vanuit een oprecht hart en is een voorbeeld voor de stad”, aldus een van de vele reacties die de redactie ontving.

Het had niet veel gescheeld of het was nooit zo ver gekomen. „Tijdens de bevalling van mijn laatste dochter ben ik bijna overleden. Dat heeft me wakker geschud.” En hoe. Marike van IJssel, toen 40 jaar, besloot zich door niets en niemand meer tegen te laten houden. „Ik ben moed gaan tonen. Moed om buiten de begaande paden te gaan en om ’ja’ tegen het leven te zeggen. En om dat met anderen te delen.” Die moed had grote gevolgen. Voor haar, en voor haar omgeving.

Met Bewust Leiden biedt ze een platform aan duurzaam werkende ondernemers. Via theatergroep Pats laat ze kinderen kennis maken met improvisatietheater. Bij de Gangmakerij stimuleert ze mensen gebruik te maken van elkaars capaciteiten en wordt leven geblazen in leegstaande panden. Het laatste voorbeeld daarvan is de Plek op het Kanaalpark, nu een bloeiend verzamelpand. Voor leerlingen van het Leonardo College organiseert ze een geluksweek. Ook organiseert ze meerdere malen het Kracht & Inspiratie festival, een plek waar mensen hun talenten en kwaliteiten etaleren en met elkaar delen. De Geluksroute is een van haar grootste dromen die uitkwam; hierin laat ze mensen hun geluk met elkaar delen. Het zijn ’slechts’ enkele voorbeelden van Marike’s initiatieven, met allemaal diezelfde rode draad: mensen met elkaar verbinden. En ze is nog lang niet klaar. „Ik wil dit zolang ik leef voeding geven. Het inspireert me om mensen in hun kracht te zien. Waarom zou ik daar mee stoppen?”

Ze loopt naar de keuken en zet thee. Ik wacht in de woonkamer aan een ronde houten tafel, uitzicht op een enorme hoeveelheid zelfgehaakte hartjes. „Haken is een hobby van me”, lacht Marike. Het hart speelt een grote rol in haar leven. „Na mijn bijna overlijden heb ik mezelf toestemming gegeven om vreemd te zijn. Mijn hart wilde al lange tijd zo graag mee doen. Daar heb ik toen naar geluisterd. En ik ben daar nog steeds zo ongelooflijk blij mee!”

Dreiging

Als kind verbaasde Marike zich over hoe onvriendelijk mensen tegen elkaar konden zijn. „Als klasgenootjes ruzie hadden snapte ik daar helemaal niets van. Ik vroeg me dan af of ze te bang waren om aardig tegen elkaar te doen.” Dat onbegrip groeide. „Toen ik wat ouder was, voelde conflicten als een bedreiging. Het gevaar van een kernoorlog, de acties van de IRA, ik vond die dreiging zeer heftig. Het maakte een heel diepe indruk op me.” Ze voelde er niets voor om de strijd aan te gaan. „Ergens tegen zijn kost me veel energie en levert me niets op. In plaats van mezelf tegen het donker te verzetten, kan ik beter een kaarsje aansteken en van het licht genieten. Begrijp me niet verkeerd, ik ben onwijs anarchistisch en ik ben erg voor burgerlijke ongehoorzaamheid. Maar omdenken is dan mijn manier.”

Marike groeide op in Vlissingen. Na haar middelbare school woonde ze korte tijd in een antroposofische woongemeenschap in Schotland. Terug in Nederland ging ze naar de Vrije Hogeschool in Driebergen. Als twintigjarige koos ze voor Leiden, waar ze antropologie en psychologie studeerde. In Leiden kreeg ze vier kinderen, twee wonen nog thuis. Ze heeft een eigen praktijk, IJsselstroom, waarin ze met familieopstellingen werkt.

Tussen dat alles door woonde ze ook nog twee jaar in een Aboriginalgemeenschap in Australië. „Daar leerde ik dat het mogelijk is om met weinig tevreden te zijn”, kijkt ze terug. „Ik ben tevreden. En ik moet er nog steeds aan wennen dat ik dat zo kan voelen. Ik heb een groot deel van mijn leven gedacht dat er ergens een perfectere versie van mezelf rondliep. Als ik dan maar dit of dat zou doen, dan zou ik haar bereiken. Nu accepteer ik wie ik ben, wat ik kan, en wat ik niet kan. En ben ik nieuwsgierig naar wat zich nog meer gaat ontvouwen.”

Geluk is deels maakbaar volgens Marike. „Ongeveer de helft is afhankelijk van je situatie. Aan het andere deel kun je zelf iets doen door bewuste keuzes te maken. Daardoor gaat je algehele gelukservaring omhoog. Dat betekent niet dat je beschermd bent tegen ongeluk. Sterker nog, geluk is niets waard als je niet bereid bent om te voelen waar je ongeluk zit.”

Verdriet

Even is het stil. Dan: „In januari 2016, anderhalve maand nadat onze scheiding was uitgesproken, overleed de vader van mijn kinderen plotseling. Naast het enorme verdriet was er toen ook een zeker weten. Ik ga niet meer voldoen aan verwachtingen van de buitenwereld om geld of aanzien te bereiken. En ja, ik ben gelukkig. Heel gelukkig. En soms kan ik heel verdrietig zijn. In beide gevallen zeg ik volmondig ’ja’ tegen het leven.”

Het had niet veel gescheeld of het was nooit zo ver gekomen. „Tijdens de bevalling van mijn laatste dochter ben ik bijna overleden. Dat heeft me wakker geschud.” En hoe. Marike van IJssel, toen 40 jaar, besloot zich door niets en niemand meer tegen te laten houden. „Ik ben moed gaan tonen. Moed om buiten de begaande paden te gaan en om ’ja’ tegen het leven te zeggen. En om dat met anderen te delen.” Die moed had grote gevolgen. Voor haar, en voor haar omgeving.

Met Bewust Leiden biedt ze een platform aan duurzaam werkende ondernemers. Via theatergroep Pats laat ze kinderen kennis maken met improvisatietheater. Bij de Gangmakerij stimuleert ze mensen gebruik te maken van elkaars capaciteiten en wordt leven geblazen in leegstaande panden. Het laatste voorbeeld daarvan is de Plek op het Kanaalpark, nu een bloeiend verzamelpand. Voor leerlingen van het Leonardo College organiseert ze een geluksweek. Ook organiseert ze meerdere malen het Kracht & Inspiratie festival, een plek waar mensen hun talenten en kwaliteiten etaleren en met elkaar delen. De Geluksroute is een van haar grootste dromen die uitkwam; hierin laat ze mensen hun geluk met elkaar delen. Het zijn ’slechts’ enkele voorbeelden van Marike’s initiatieven, met allemaal diezelfde rode draad: mensen met elkaar verbinden. En ze is nog lang niet klaar. „Ik wil dit zolang ik leef voeding geven. Het inspireert me om mensen in hun kracht te zien. Waarom zou ik daar mee stoppen?”

Ze loopt naar de keuken en zet thee. Ik wacht in de woonkamer aan een ronde houten tafel, uitzicht op een enorme hoeveelheid zelfgehaakte hartjes. „Haken is een hobby van me”, lacht Marike. Het hart speelt een grote rol in haar leven. „Na mijn bijna overlijden heb ik mezelf toestemming gegeven om vreemd te zijn. Mijn hart wilde al lange tijd zo graag mee doen. Daar heb ik toen naar geluisterd. En ik ben daar nog steeds zo ongelooflijk blij mee!”

Dreiging

Als kind verbaasde Marike zich over hoe onvriendelijk mensen tegen elkaar konden zijn. „Als klasgenootjes ruzie hadden snapte ik daar helemaal niets van. Ik vroeg me dan af of ze te bang waren om aardig tegen elkaar te doen.” Dat onbegrip groeide. „Toen ik wat ouder was, voelde conflicten als een bedreiging. Het gevaar van een kernoorlog, de acties van de IRA, ik vond die dreiging zeer heftig. Het maakte een heel diepe indruk op me.” Ze voelde er niets voor om de strijd aan te gaan. „Ergens tegen zijn kost me veel energie en levert me niets op. In plaats van mezelf tegen het donker te verzetten, kan ik beter een kaarsje aansteken en van het licht genieten. Begrijp me niet verkeerd, ik ben onwijs anarchistisch en ik ben erg voor burgerlijke ongehoorzaamheid. Maar omdenken is dan mijn manier.”

Marike groeide op in Vlissingen. Na haar middelbare school woonde ze korte tijd in een antroposofische woongemeenschap in Schotland. Terug in Nederland ging ze naar de Vrije Hogeschool in Driebergen. Als twintigjarige koos ze voor Leiden, waar ze antropologie en psychologie studeerde. In Leiden kreeg ze vier kinderen, twee wonen nog thuis. Ze heeft een eigen praktijk, IJsselstroom, waarin ze met familieopstellingen werkt.

Tussen dat alles door woonde ze ook nog twee jaar in een Aboriginalgemeenschap in Australië. „Daar leerde ik dat het mogelijk is om met weinig tevreden te zijn”, kijkt ze terug. „Ik ben tevreden. En ik moet er nog steeds aan wennen dat ik dat zo kan voelen. Ik heb een groot deel van mijn leven gedacht dat er ergens een perfectere versie van mezelf rondliep. Als ik dan maar dit of dat zou doen, dan zou ik haar bereiken. Nu accepteer ik wie ik ben, wat ik kan, en wat ik niet kan. En ben ik nieuwsgierig naar wat zich nog meer gaat ontvouwen.”

Geluk is deels maakbaar volgens Marike. „Ongeveer de helft is afhankelijk van je situatie. Aan het andere deel kun je zelf iets doen door bewuste keuzes te maken. Daardoor gaat je algehele gelukservaring omhoog. Dat betekent niet dat je beschermd bent tegen ongeluk. Sterker nog, geluk is niets waard als je niet bereid bent om te voelen waar je ongeluk zit.”

Verdriet

Even is het stil. Dan: „In januari 2016, anderhalve maand nadat onze scheiding was uitgesproken, overleed de vader van mijn kinderen plotseling. Naast het enorme verdriet was er toen ook een zeker weten. Ik ga niet meer voldoen aan verwachtingen van de buitenwereld om geld of aanzien te bereiken. En ja, ik ben gelukkig. Heel gelukkig. En soms kan ik heel verdrietig zijn. In beide gevallen zeg ik volmondig ’ja’ tegen het leven.”

29 dec. 2017

Op naar ’Leidse renaissance’

nieuwleestijd 3 min

Op naar ’Leidse renaissance’

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

3 min leestijd

Gideon Boer (40) en Govert de Kok (40) bestieren samen álle Leidse bioscoopzalen. Ze maakten festival LIFF mogelijk, knapten de Trianon op en in het afgelopen jaar ontvouwden ze concrete plannen voor de toekomst van de Leidse cinema. De bioscoopexploitanten laten een nieuw Kijkhuis bouwen aan de Lammermarkt en een nog groter bioscoopcomplex bij het station. Een inzender meldt: ’Ik nomineer de eigenaar(s) van de Leidse filmhuizen. Vanwege de prachtige verbouwing van Trianon en het wederom organiseren van een geweldig filmfestival. Hier ben ik echt trots op in Leiden’.

Ze zijn samen genomineerd, twee voor de prijs van een. Govert de Kok en Gideon Boer begrijpen goed waarom dat is gebeurd. ,,En daarbij, we zijn al bevriend sinds we vier jaar oud zijn’’, aldus De Kok.

De bovenste etage van de karakteristieke Trianon-bioscoop aan de Breestraat is het hoofdkantoor van het duo dat ook het Kijkhuis bestiert evenals Lido/Studio aan de Steenstraat. Aan een groot bureau zitten Boer en De Kok tegenover elkaar, ongeveer net zoals ze op de kleuterschool al bij elkaar zaten. Jaren later sloeg De Kok de commerciële richting in terwijl Boer in de voetsporen trad van zijn vader Jan, de oprichter en exploitant van het Leidse Kijkhuis.

De wegen van de twee vrienden kwamen weer samen toen Jan Boer de Trianon kocht. Meer bioscopen betekende dat meer handjes nodig waren. Boer senior en Boer junior besloten De Kok erbij te vragen. De intrede in het exploitatiebedrijf werd versneld door het overlijden van Jan. ,,En dus zijn we sinds 2013 samen bedrijfsleider’’, besluit Boer de korte voorgeschiedenis.

Het duo heeft inmiddels álle Leidse bioscopen in handen en er zijn bovendien plannen om nóg twee grote filmcomplexen te exploiteren. ,,Want de potentie van de Leidse regio is enorm’’, vindt De Kok. ,,Leiden is niet de 21ste stad van Nederland. Nee, Leiden en omstreken vormen de zesde urbane regio van het land. En als je het zo beschouwt, dan horen daar dergelijke plannen bij.’’

Twee kapiteins op een schip is doorgaans een aanleiding voor onenigheid, niet bij De Kok en Boer. Hun functies en taakomschrijvingen zijn duidelijk en bovendien kunnen ze dus leunen op een meer dan dertig jaar durende vriendschap. Als de een wat vertelt, onderbreekt de ander hem met voorbeelden, aanvullingen en verbeteringen. En vice versa. Ze zijn duidelijk op elkaar ingespeeld en dulden elkaar.

Voorbij

Bovendien gaat het ze voor de wind. Ze hebben het monopoly in Leiden, en zien dat helemáál niet als een probleem. Boer: ,,Doordat we ook een commerciële tak hebben, beschikt Leiden over een ongesubsidieerd Kijkhuis.’’ Kok: ,,Vroeger werden films wel eens dubbel gedraaid in Leiden, want iedereen wil James Bond zien. Aan de andere kant gingen bepaalde films ook aan Leiden voorbij. Doordat alles in een hand zit, kunnen wij beter op de wensen van bezoekers inspelen.’’

Met de komst van video, later dvd’s, en weer later de Netflix-achtigen, is het een wonder dat bioscopen nog bezoekers trekken. Dat ziet het duo opnieuw anders. Boer: ,,Mensen moeten toch af en toe het huis uit?” De Kok: ,,We moeten mensen verleiden om van de bank af te komen. Het collectief beleven van een verhaal is belangrijk. En het moet een avondje uit zijn, daarom leggen wij steeds meer de nadruk op horeca en zoeken we horeca-partners.’’

De twee tonen fraaie brochures vol toekomstplannen. Onder meer van het nieuwe Kijkhuis dat in 2019 klaar moet zijn. De Kok: ,,Er is in het nieuwe complex plaats voor de reguliere artfilms, maar ook voor zogeheten cross-overs en documentaires. Want die vallen nu nog wel eens buiten de boot, in Leiden.’’

Twee jaar na de opening aan de Lammermarkt wordt dat nieuwe complex nog eens overtroffen met de acht ’hangende zalen’ van project De Geus, tegenover het centraal station. Een bioscoopcomplex met landelijke allure, voorspelt De Kok. Waar halen de twee Leidenaars het geld vandaan? ,,Wij zijn exploitanten’’, benadrukt De Kok. ,,Het Kijkhuis is eigendom van een stichting en voor De Geus is een financier gevonden die ons plan helemaal ziet zitten. Wij worden gewoon huurders.’’

Cultuur

De Geus kan ook als congrescentrum dienen, met een een bar plus daktuin in de hoogte die uitzicht bieden over de binnenstad. Dat is waar het duo echt naar uitkijkt. In het jaar 2022 slaan de deuren open, zo is de verwachting.

Wat beweegt de twee cinema-entrepreneurs om zo groots te denken? Boer weet het wel. ,,Mensen cultuur bijbrengen en daarmee proberen op te voeden. Ja, dat is een beetje links. Nou en?’’ De Kok: ,,Voor mij gaat het om een nog mooier Leiden. De stad staat aan de vooravond van een nieuwe renaissance.’’

Loman Leefmans

Ze zijn samen genomineerd, twee voor de prijs van een. Govert de Kok en Gideon Boer begrijpen goed waarom dat is gebeurd. ,,En daarbij, we zijn al bevriend sinds we vier jaar oud zijn’’, aldus De Kok.

De bovenste etage van de karakteristieke Trianon-bioscoop aan de Breestraat is het hoofdkantoor van het duo dat ook het Kijkhuis bestiert evenals Lido/Studio aan de Steenstraat. Aan een groot bureau zitten Boer en De Kok tegenover elkaar, ongeveer net zoals ze op de kleuterschool al bij elkaar zaten. Jaren later sloeg De Kok de commerciële richting in terwijl Boer in de voetsporen trad van zijn vader Jan, de oprichter en exploitant van het Leidse Kijkhuis.

De wegen van de twee vrienden kwamen weer samen toen Jan Boer de Trianon kocht. Meer bioscopen betekende dat meer handjes nodig waren. Boer senior en Boer junior besloten De Kok erbij te vragen. De intrede in het exploitatiebedrijf werd versneld door het overlijden van Jan. ,,En dus zijn we sinds 2013 samen bedrijfsleider’’, besluit Boer de korte voorgeschiedenis.

Het duo heeft inmiddels álle Leidse bioscopen in handen en er zijn bovendien plannen om nóg twee grote filmcomplexen te exploiteren. ,,Want de potentie van de Leidse regio is enorm’’, vindt De Kok. ,,Leiden is niet de 21ste stad van Nederland. Nee, Leiden en omstreken vormen de zesde urbane regio van het land. En als je het zo beschouwt, dan horen daar dergelijke plannen bij.’’

Twee kapiteins op een schip is doorgaans een aanleiding voor onenigheid, niet bij De Kok en Boer. Hun functies en taakomschrijvingen zijn duidelijk en bovendien kunnen ze dus leunen op een meer dan dertig jaar durende vriendschap. Als de een wat vertelt, onderbreekt de ander hem met voorbeelden, aanvullingen en verbeteringen. En vice versa. Ze zijn duidelijk op elkaar ingespeeld en dulden elkaar.

Voorbij

Bovendien gaat het ze voor de wind. Ze hebben het monopoly in Leiden, en zien dat helemáál niet als een probleem. Boer: ,,Doordat we ook een commerciële tak hebben, beschikt Leiden over een ongesubsidieerd Kijkhuis.’’ Kok: ,,Vroeger werden films wel eens dubbel gedraaid in Leiden, want iedereen wil James Bond zien. Aan de andere kant gingen bepaalde films ook aan Leiden voorbij. Doordat alles in een hand zit, kunnen wij beter op de wensen van bezoekers inspelen.’’

Met de komst van video, later dvd’s, en weer later de Netflix-achtigen, is het een wonder dat bioscopen nog bezoekers trekken. Dat ziet het duo opnieuw anders. Boer: ,,Mensen moeten toch af en toe het huis uit?” De Kok: ,,We moeten mensen verleiden om van de bank af te komen. Het collectief beleven van een verhaal is belangrijk. En het moet een avondje uit zijn, daarom leggen wij steeds meer de nadruk op horeca en zoeken we horeca-partners.’’

De twee tonen fraaie brochures vol toekomstplannen. Onder meer van het nieuwe Kijkhuis dat in 2019 klaar moet zijn. De Kok: ,,Er is in het nieuwe complex plaats voor de reguliere artfilms, maar ook voor zogeheten cross-overs en documentaires. Want die vallen nu nog wel eens buiten de boot, in Leiden.’’

Twee jaar na de opening aan de Lammermarkt wordt dat nieuwe complex nog eens overtroffen met de acht ’hangende zalen’ van project De Geus, tegenover het centraal station. Een bioscoopcomplex met landelijke allure, voorspelt De Kok. Waar halen de twee Leidenaars het geld vandaan? ,,Wij zijn exploitanten’’, benadrukt De Kok. ,,Het Kijkhuis is eigendom van een stichting en voor De Geus is een financier gevonden die ons plan helemaal ziet zitten. Wij worden gewoon huurders.’’

Cultuur

De Geus kan ook als congrescentrum dienen, met een een bar plus daktuin in de hoogte die uitzicht bieden over de binnenstad. Dat is waar het duo echt naar uitkijkt. In het jaar 2022 slaan de deuren open, zo is de verwachting.

Wat beweegt de twee cinema-entrepreneurs om zo groots te denken? Boer weet het wel. ,,Mensen cultuur bijbrengen en daarmee proberen op te voeden. Ja, dat is een beetje links. Nou en?’’ De Kok: ,,Voor mij gaat het om een nog mooier Leiden. De stad staat aan de vooravond van een nieuwe renaissance.’’

Loman Leefmans

29 dec. 2017

De wegwijzer van de Syriërs

nieuwleestijd 3 min

De wegwijzer van de Syriërs

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

3 min leestijd

Belangeloos heeft Araa Al Jaramani (42) uit Sassenheim zich in 2017 ingezet om zestig Syrische vrouwen en veertig Syrische kinderen in Nederland te doen slagen. Elke zaterdag organiseert ze cursussen voor de vluchtelingen zodat ze sneller dan gebruikelijk het reilen en zeilen in Nederland snappen. Dat het niet makkelijk is over cultuurverschillen heen te stappen, weet ze al te goed. Zelf vluchtte ze vier jaar geleden uit Syrië, maar met het helpen van haar landgenoten heeft ze de draad in Europa opgepakt.

Een smeermiddel zou je Araa Al Jaramani uit Sassenheim kunnen noemen. Een flatteuze benaming is het niet, maar wel een beschrijving die haar typeert. Zoals een olieachtig goedje voorkomt dat een verbrandingsmotor in de soep draait, voorkomt Al Jaramani dat groepen mensen met een verschillende culturele achtergrond elkaar in de haren vliegen, omdat ze elkaar niet begrijpen. Dit doet ze door tientallen vluchtelingen wegwijs te maken in Nederland.

Als vluchtelinge weet Al Jaramani maar al te goed hoe het is om in een onbekend land terecht te komen. Voordat de oorlog uitbrak in Syrië had ze een goed leven. Ze is afgestudeerd in Arabische Literatuur aan de Universiteit van Damascus en was schrijfster voor dramaseries op de Syrische tv. Uiteindelijk ontvluchtte ze zo’n vier jaar geleden het oorlogsgebied. Niet alleen vanwege Assad en IS, maar ook vanwege haar familie. Omdat ze is getrouwd met een man uit een andere islamitische stroming dreigde een oom haar te onthoofden.

Aangekomen in Nederland besefte ze dat de positie van de vrouw hier heel anders is dan in Syrië. Wil een gevlucht gezin succesvol integreren dan moet dat bij de vrouw beginnen, meent ze. Om haar visie te verwezenlijken heeft ze de stichting Syrische Vrouwen in Nederland opgericht. Met die organisatie verzorgt ze sinds de zomer van 2016 in woon- en zorgcentrum Sassembourg in Sassenheim bijeenkomsten voor vluchtelingen.

Ze geeft daar niet alleen taallessen, maar laat ook zien wat het betekent om in Nederland te wonen. „Syrische vrouwen hebben bijvoorbeeld geen idee hoe ze moeten stemmen”, legt Al Jaramani uit. „Ze weten gewoon niet hoe een democratie werkt.”

Dit heeft haar op het idee gebracht om mensen uit de praktijk uit te nodigen. Zo maakte een raadslid zijn opwachting en mocht op een andere dag een wijkagent aanschuiven. „In Nederland is de politie lief, in Syrië niet. Daar stelen agenten van je, beledigen ze je kinderen en zijn ze corrupt. De vrouwen moeten daarom leren de politie te vertrouwen. De wijkagent vertelde dat hij in zijn 30-jarige carrière nog nooit zijn pistool heeft gebruikt. Daar moesten de vrouwen hard om lachen.”

Wat Al Jaramani doet, kan worden omschreven als een stoomcursus ’hoe werkt het in Nederland’. Ze leert de vrouwen de kneepjes van het vak dat Nederlanderschap heet. In een periode van iets meer dan een jaar heeft ze zo’n zestig Syrische vrouwen onder haar hoede gehad. „Het werkt”, zegt ze. „Maar het kost tijd. Ze doen al vijftig jaar hetzelfde en dan moet het nu opeens anders. Als we ze de tijd geven, dan komt het goed.”

Waar de moeders een cursus nodig hebben om Nederland te begrijpen is dat bij Syrische kinderen precies andersom. „Kinderen leren zo snel Nederlands dat ze op een gegeven moment niet meer met hun ouders kunnen communiceren. Ze begrijpen elkaar dan niet meer. Wij leren ze daarom de Arabische taal en cultuur.”

Een voorbeeld dat kinderen makkelijker assimileren dan hun ouders is het Sinterklaasfeest. „Ze moeten dan een cadeautje kopen voor een klasgenoot. Sommige moeders willen daar geen drie euro aan uitgeven, omdat ze het feest niet snappen. Ze vinden dat maar raar. Wat ze dan niet begrijpen is dat hun kind vervolgens op school wordt buitengesloten - dat vind ik echt heel erg.”

Al Jaramani heeft de moeders daarom vlak voor Sinterklaas zelf een cadeautje gegeven. „Iets goedkoops bij de Action vandaan”, legt ze uit met een lach. „Ze waren er hartstikke blij mee en toen begrepen ze pas wat het feest betekent.”

De taal- en cultuurlessen worden als het kan gecombineerd. Zo nodigde Al Jaramani ten tijde van het carnaval het prinsenpaar van de Sassenheimse carnavalsvereniging de Saksen uit. „Die kleding en die hoed, geweldig. Alles over carnaval werd ons uitgelegd en daarnaast leerden we de woorden die erbij horen.” ’Eretitel’, ’scepter’, ’fazantenveer’ en natuurlijk ’alaaf’ zijn voor de Syrische dames geen onbekende termen meer.

Roy Hazenoot

Een smeermiddel zou je Araa Al Jaramani uit Sassenheim kunnen noemen. Een flatteuze benaming is het niet, maar wel een beschrijving die haar typeert. Zoals een olieachtig goedje voorkomt dat een verbrandingsmotor in de soep draait, voorkomt Al Jaramani dat groepen mensen met een verschillende culturele achtergrond elkaar in de haren vliegen, omdat ze elkaar niet begrijpen. Dit doet ze door tientallen vluchtelingen wegwijs te maken in Nederland.

Als vluchtelinge weet Al Jaramani maar al te goed hoe het is om in een onbekend land terecht te komen. Voordat de oorlog uitbrak in Syrië had ze een goed leven. Ze is afgestudeerd in Arabische Literatuur aan de Universiteit van Damascus en was schrijfster voor dramaseries op de Syrische tv. Uiteindelijk ontvluchtte ze zo’n vier jaar geleden het oorlogsgebied. Niet alleen vanwege Assad en IS, maar ook vanwege haar familie. Omdat ze is getrouwd met een man uit een andere islamitische stroming dreigde een oom haar te onthoofden.

Aangekomen in Nederland besefte ze dat de positie van de vrouw hier heel anders is dan in Syrië. Wil een gevlucht gezin succesvol integreren dan moet dat bij de vrouw beginnen, meent ze. Om haar visie te verwezenlijken heeft ze de stichting Syrische Vrouwen in Nederland opgericht. Met die organisatie verzorgt ze sinds de zomer van 2016 in woon- en zorgcentrum Sassembourg in Sassenheim bijeenkomsten voor vluchtelingen.

Ze geeft daar niet alleen taallessen, maar laat ook zien wat het betekent om in Nederland te wonen. „Syrische vrouwen hebben bijvoorbeeld geen idee hoe ze moeten stemmen”, legt Al Jaramani uit. „Ze weten gewoon niet hoe een democratie werkt.”

Dit heeft haar op het idee gebracht om mensen uit de praktijk uit te nodigen. Zo maakte een raadslid zijn opwachting en mocht op een andere dag een wijkagent aanschuiven. „In Nederland is de politie lief, in Syrië niet. Daar stelen agenten van je, beledigen ze je kinderen en zijn ze corrupt. De vrouwen moeten daarom leren de politie te vertrouwen. De wijkagent vertelde dat hij in zijn 30-jarige carrière nog nooit zijn pistool heeft gebruikt. Daar moesten de vrouwen hard om lachen.”

Wat Al Jaramani doet, kan worden omschreven als een stoomcursus ’hoe werkt het in Nederland’. Ze leert de vrouwen de kneepjes van het vak dat Nederlanderschap heet. In een periode van iets meer dan een jaar heeft ze zo’n zestig Syrische vrouwen onder haar hoede gehad. „Het werkt”, zegt ze. „Maar het kost tijd. Ze doen al vijftig jaar hetzelfde en dan moet het nu opeens anders. Als we ze de tijd geven, dan komt het goed.”

Waar de moeders een cursus nodig hebben om Nederland te begrijpen is dat bij Syrische kinderen precies andersom. „Kinderen leren zo snel Nederlands dat ze op een gegeven moment niet meer met hun ouders kunnen communiceren. Ze begrijpen elkaar dan niet meer. Wij leren ze daarom de Arabische taal en cultuur.”

Een voorbeeld dat kinderen makkelijker assimileren dan hun ouders is het Sinterklaasfeest. „Ze moeten dan een cadeautje kopen voor een klasgenoot. Sommige moeders willen daar geen drie euro aan uitgeven, omdat ze het feest niet snappen. Ze vinden dat maar raar. Wat ze dan niet begrijpen is dat hun kind vervolgens op school wordt buitengesloten - dat vind ik echt heel erg.”

Al Jaramani heeft de moeders daarom vlak voor Sinterklaas zelf een cadeautje gegeven. „Iets goedkoops bij de Action vandaan”, legt ze uit met een lach. „Ze waren er hartstikke blij mee en toen begrepen ze pas wat het feest betekent.”

De taal- en cultuurlessen worden als het kan gecombineerd. Zo nodigde Al Jaramani ten tijde van het carnaval het prinsenpaar van de Sassenheimse carnavalsvereniging de Saksen uit. „Die kleding en die hoed, geweldig. Alles over carnaval werd ons uitgelegd en daarnaast leerden we de woorden die erbij horen.” ’Eretitel’, ’scepter’, ’fazantenveer’ en natuurlijk ’alaaf’ zijn voor de Syrische dames geen onbekende termen meer.

Roy Hazenoot

29 dec. 2017

Pleitbezorger van iedereen op schaatsen

nieuwleestijd 3 min

Pleitbezorger van iedereen op schaatsen

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

3 min leestijd

De bouw van een nieuwe ijshal in Leiden heeft de afgelopen decennia meer dan eens op de politieke agenda gestaan. Onder leiding van oud-topsporter Jeroen Straathof (45) klonken de pleidooien vanuit de verenigingen en de Stichting Schaatshal Leiden in 2017 overtuigender en eensgezinder dan ooit.

Jeroen Straathof groeide als woordvoerder uit tot het gezicht van de stedelijke ijsclubs. Hij bood sturing aan de vele vrijwilligers die met een niet aflatende inzet en ludieke acties de politiek met succes in beweging kregen. Na een hard nee, ligt er nu een ja op tafel, dat in januari nog wel door de Leidse raad moet worden bekrachtigd.

De vraag aan dochter Juup geeft aan hoezeer Jeroen Straathof is begaan met het lot van ijshockeyers, shorttrackers en (kunst)schaatsers. ,,Word je al moe van papa die telkens maar over een ijsbaan kletst?’’, wil hij weten. ,,Ja!’’, klinkt het nuchtere antwoord.

Straathof en schaatsen: het is een onlosmakelijke combinatie. Waar hij zich als sporter verdiepte in de mechanica van de klapschaats en de rondingen van het ijzer, daar ontwikkelt hij zich nu als ijsbaanspecialist. Neem alleen al de omvang van het complex. Zodra over een nieuwe kunstijsaccommodatie wordt gesproken dan gebeurt dat in Leiden al snel met de toevoeging: 333 meter. ,,Miljoenen extra voor voor een officiële ijsvloer van 400 meter is helemaal niet nodig’’, zegt Straathof. Hij noemt de plannen van het bestuur van de Schaatshal Leiden ’goed doordacht’ en prijst de haalbaarheidsstudie van de gemeente naar een baan van 250 meter. Een ontwerp dat uitbreiding naar 333 meter open laat. ,,Ze zijn erin geslaagd een realistisch plan neer te leggen.’’

Straathof pakt een papiertje en begint te tekenen. Op het vel verschijnt een rechthoek, het toekomstige domein van shorttrackers, kunstschaatsers en ijshockeyers. ,,Alles begint met de vraag waarom deze binnenbaanverenigingen een nieuwe ijshal verdienen.’’

De geboren Zoeterwoudenaar mag zijn successen dan op de langebaan hebben geboekt, de huidige voorzitter van shorttrackclub IHCL is bij de lobby voor een nieuw ijshal de spreekbuis van alle Leidse ijssportverenigingen. Voor de leden van KSVR (kunstschaatsen), Leiden Lions (ijshockey), IJVL (langebaanschaatsen) en IHCL voldoet de huidige hal aan de Vondellaan niet meer. ,,Voor een ijshockeywedstrijd moet ook de buitenbaan van de langebaanschaatsers worden afgehuurd, omdat er anders geen plek is voor de reservebank. Bij shorttrack mogen bij gebrek aan een goede boarding alleen wedstrijden voor pupillen worden gehouden, en de dweilmachine kan het binnenterrein alleen bereiken door de langebaanschaatsers te kruisen’’, schetst hij enkele problemen.

In de nieuwe hal die grenzend aan een nieuw zwembad bij De Vliet moet komen wordt uitgegaan van twee verdiepingen zodat de banen onafhankelijk van elkaar kunnen worden onderhouden. Beneden een baan waar niet alleen kunstrijders, ijshockeyers en shorttrackers wedstrijden kunnen houden, maar ook recreanten uit de voeten kunnen. Daarnaast is een instructiebaan voorzien. Boven komt de 250 meter lange ijsvloer voor liefhebbers van de langebaan.

Lange tijd leek zo’n nieuwe complex een utopie. Een jaar geleden luidde de prognose plotseling ’zeker niet’. Enkele maanden later was het politieke sentiment gedraaid naar ’zo goed als zeker’ en inmiddels is de wijzer op weg naar een ’definitief ja’. De Leidse gemeenteraad moet komende maand nog instemmen, maar dat lijkt slechts een formaliteit.

De kentering valt voor een groot deel toe te schrijven aan de publieksvriendelijke acties die door vrijwilligers van de Stichting Schaatshal en de Leidse ijsclubs zijn opgezet. Daarin stonden die vertegenwoordigers allesbehalve alleen, want de nieuwe accommodatie is van net zo groot belang voor de 24 regioverenigingen die gebruik maken van de faciliteiten in Leiden. ,,Na het slechte nieuws op 8 december vorig jaar togen anderhalve week later zo’n 350 vertegenwoordigers van alle clubs uit de wijde omtrek naar het gemeentehuis. Later hebben kinderen in schaatskledij aandacht gevraagd in het zwembad en zijn ze klunend over de atletiekbaan gegaan. De urgentie heeft ervoor gezorgd dat alle verenigingen volop zijn gaan samenwerken.’’

Reden waarom Straathof de selectie voor man van het jaar niet alleen als een persoonlijke waardering ziet. ,,Dit is een nominatie voor alle vrijwilligers en schaatsliefhebbers die zich hebben ingezet.’’ Wint hij dan gaat het bijbehorende geldbedrag van 400 euro goeddeels naar de nieuw hal, want de strijd is nog niet helemaal gestreden. Met de steun van de Leidse raad is een complex van 250 meter zeker. Om de beschikking te krijgen over een ruimere baan van 333 meter is, naast fondsenwerving en sponsoring door bedrijven, de support van de omliggende gemeenten onontbeerlijk.

Die proberen Straathof, het bestuur van de ijshal en de vrijwilligers op eenzelfde wijze te overtuigen. ,,Op basis van feiten en op een positieve manier. Met begrip voor de mensen aan de andere kant van de tafel, want daarmee start de dialoog.’’

,,We zijn dolblij dat de nieuwe schaatsbaan er sowieso komt, vooralsnog met een lengte van 250 meter. Maar voor de breedtesport, mensen die in hun spijkerbroek willen schaatsen en de talentontwikkeling is een 333-meterbaan wel van belang.’’

Peter van der Hulst

De vraag aan dochter Juup geeft aan hoezeer Jeroen Straathof is begaan met het lot van ijshockeyers, shorttrackers en (kunst)schaatsers. ,,Word je al moe van papa die telkens maar over een ijsbaan kletst?’’, wil hij weten. ,,Ja!’’, klinkt het nuchtere antwoord.

Straathof en schaatsen: het is een onlosmakelijke combinatie. Waar hij zich als sporter verdiepte in de mechanica van de klapschaats en de rondingen van het ijzer, daar ontwikkelt hij zich nu als ijsbaanspecialist. Neem alleen al de omvang van het complex. Zodra over een nieuwe kunstijsaccommodatie wordt gesproken dan gebeurt dat in Leiden al snel met de toevoeging: 333 meter. ,,Miljoenen extra voor voor een officiële ijsvloer van 400 meter is helemaal niet nodig’’, zegt Straathof. Hij noemt de plannen van het bestuur van de Schaatshal Leiden ’goed doordacht’ en prijst de haalbaarheidsstudie van de gemeente naar een baan van 250 meter. Een ontwerp dat uitbreiding naar 333 meter open laat. ,,Ze zijn erin geslaagd een realistisch plan neer te leggen.’’

Straathof pakt een papiertje en begint te tekenen. Op het vel verschijnt een rechthoek, het toekomstige domein van shorttrackers, kunstschaatsers en ijshockeyers. ,,Alles begint met de vraag waarom deze binnenbaanverenigingen een nieuwe ijshal verdienen.’’

De geboren Zoeterwoudenaar mag zijn successen dan op de langebaan hebben geboekt, de huidige voorzitter van shorttrackclub IHCL is bij de lobby voor een nieuw ijshal de spreekbuis van alle Leidse ijssportverenigingen. Voor de leden van KSVR (kunstschaatsen), Leiden Lions (ijshockey), IJVL (langebaanschaatsen) en IHCL voldoet de huidige hal aan de Vondellaan niet meer. ,,Voor een ijshockeywedstrijd moet ook de buitenbaan van de langebaanschaatsers worden afgehuurd, omdat er anders geen plek is voor de reservebank. Bij shorttrack mogen bij gebrek aan een goede boarding alleen wedstrijden voor pupillen worden gehouden, en de dweilmachine kan het binnenterrein alleen bereiken door de langebaanschaatsers te kruisen’’, schetst hij enkele problemen.

In de nieuwe hal die grenzend aan een nieuw zwembad bij De Vliet moet komen wordt uitgegaan van twee verdiepingen zodat de banen onafhankelijk van elkaar kunnen worden onderhouden. Beneden een baan waar niet alleen kunstrijders, ijshockeyers en shorttrackers wedstrijden kunnen houden, maar ook recreanten uit de voeten kunnen. Daarnaast is een instructiebaan voorzien. Boven komt de 250 meter lange ijsvloer voor liefhebbers van de langebaan.

Lange tijd leek zo’n nieuwe complex een utopie. Een jaar geleden luidde de prognose plotseling ’zeker niet’. Enkele maanden later was het politieke sentiment gedraaid naar ’zo goed als zeker’ en inmiddels is de wijzer op weg naar een ’definitief ja’. De Leidse gemeenteraad moet komende maand nog instemmen, maar dat lijkt slechts een formaliteit.

De kentering valt voor een groot deel toe te schrijven aan de publieksvriendelijke acties die door vrijwilligers van de Stichting Schaatshal en de Leidse ijsclubs zijn opgezet. Daarin stonden die vertegenwoordigers allesbehalve alleen, want de nieuwe accommodatie is van net zo groot belang voor de 24 regioverenigingen die gebruik maken van de faciliteiten in Leiden. ,,Na het slechte nieuws op 8 december vorig jaar togen anderhalve week later zo’n 350 vertegenwoordigers van alle clubs uit de wijde omtrek naar het gemeentehuis. Later hebben kinderen in schaatskledij aandacht gevraagd in het zwembad en zijn ze klunend over de atletiekbaan gegaan. De urgentie heeft ervoor gezorgd dat alle verenigingen volop zijn gaan samenwerken.’’

Reden waarom Straathof de selectie voor man van het jaar niet alleen als een persoonlijke waardering ziet. ,,Dit is een nominatie voor alle vrijwilligers en schaatsliefhebbers die zich hebben ingezet.’’ Wint hij dan gaat het bijbehorende geldbedrag van 400 euro goeddeels naar de nieuw hal, want de strijd is nog niet helemaal gestreden. Met de steun van de Leidse raad is een complex van 250 meter zeker. Om de beschikking te krijgen over een ruimere baan van 333 meter is, naast fondsenwerving en sponsoring door bedrijven, de support van de omliggende gemeenten onontbeerlijk.

Die proberen Straathof, het bestuur van de ijshal en de vrijwilligers op eenzelfde wijze te overtuigen. ,,Op basis van feiten en op een positieve manier. Met begrip voor de mensen aan de andere kant van de tafel, want daarmee start de dialoog.’’

,,We zijn dolblij dat de nieuwe schaatsbaan er sowieso komt, vooralsnog met een lengte van 250 meter. Maar voor de breedtesport, mensen die in hun spijkerbroek willen schaatsen en de talentontwikkeling is een 333-meterbaan wel van belang.’’

Peter van der Hulst

28 dec. 2017

’Ik zeg altijd: niet zeuren, gaan’

nieuwleestijd 3 min

’Ik zeg altijd: niet zeuren, gaan’

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

3 min leestijd

Carla van Steenbergen (64) richtte dik veertig jaar geleden de Dierenambulance Oegstgeest op en stond tot voor kort aan het hoofd van de organisatie en het bijbehorende Vogelasiel. Dit jaar deed ze afstand van de dierenambulance. Die is overgenomen door een vrijwilliger. In een mail aan het Leidsch Dagblad schrijft een lezer: ,,Een gebaar van dank en erkenning valt eigenlijk nog steeds in het niets vergeleken met het uitzonderlijke werk dat zij al die jaren heeft gedaan en nog steeds doet. Vele dieren zijn gered en vele vrijwilligers hebben genoten (en genieten) van haar bijzondere persoonlijkheid.”

Uit de dierenambulance wordt een kooitje getild waarin een vrij roerloze zeekoet zit. De poten en vleugels functioneren goed, ontdekt Vogelasiel-vrijwilliger Charl al snel, maar de vleugels zijn nat. „Ik ga het toch even vragen bij Carla”, zegt hij. „Ze ziet altijd meteen wat er aan de hand is. Voor een vrijwilliger is het heerlijk dat iemand zoveel kennis heeft.”

Carla van Steenbergen (64) runde 45 jaar de dierenambulance in Oegstgeest en Leiden met het daarbij behorende Vogelasiel: twee baantjes die de afgelopen decennia vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week haar aandacht vereisten. „Het ging niet meer”, zegt ze. „Ik was moe, ik was op. De een na de ander kwam naar me toe om dat te vertellen.”

Dit jaar heeft ze afscheid genomen van het bestuur en de dierenambulance is overgenomen en verplaatst naar Leiden. Het Vogelasiel blijft ze doen.

Waarom ze nu genomineerd is? „Lieve kind, ik zou het niet weten. Ik word er verlegen van, ik zie het als een cadeautje.”

Van Steenbergen zit op de bank in het naastgelegen woonhuis en adviseert Charl om de zeekoet eerst te wegen, dat geeft een goede indicatie. Tegelijkertijd schudt ze haar hoofd. Die natte vleugels, dat is geen goed teken voor een dier dat op zee leeft. Ze heeft haar benen opgetrokken, haar schoenen staan op de grond. „Ik was opgebrand”, verzucht ze.

„Ik zeg altijd: niet zeuren, gewoon gaan. Er is veel gebeurd en mijn werk was heel lang een goed excuus om niet bij de rest stil te staan. Ik wist dat het niet goed ging. Maar ik vond de reden zó armoedig. Toegeven dat ik niet meer kon? Ik schaamde me dood!”

Nu werkt Van Steenbergen voor het eerst in haar leven onder een bestuur, andere mensen die de dierenambulance nu runnen. Uiterst capabele mensen waar ze het volste vertrouwen in heeft, zegt ze meteen.

Ze heeft nu alleen nog het Vogelasiel waarbij vrijwilligers haar helpen en ze gelukkig gebonden is aan openingstijden. Ze hoeft niet meer altijd bereikbaar te zijn en kan gewoon weer douchen en naar het toilet zonder op de telefoon te letten. Het is bovendien rustig op moment, zegt ze. „Er is nog genoeg voedsel te vinden voor vogels.” Binnen zijn nu alleen - heel bijzonder - een buizerd, en twee ganzen, wat duiven, twee egeltjes en dan die ene zeekoet. „Ik had geen ritme meer”, blikt Van Steenbergen terug terwijl ze een slok neemt van haar thee. „Dat moet ik nu weer krijgen.”

Meestal gaat ze nu rond half een ’s nachts naar bed. Dat was voorheen pas om half vier. „Dan ging ik ’s nachts schoonmaken, dan had ik er de tijd voor.”

Elke dag maakt ze een cryptogrammetje ter ontspanning. „Ik vind het leuk om te doen en ik ben er goed in. Het is fijn als iets weer lukt.” De puzzel moet af voordat ze naar bed gaat. „Anders lig ik maar te prakkiseren en ga ik alsnog m’n bed uit.” Des te storender is het voor Van Steenbergen dat de puzzel van gisteren nog open is. „Een operatie waar je lucht van krijgt. Een blaasoperatie? Dan adem je niet in, maar juist uit? Het is voor mij een geruststelling dat het niet logisch is, dan ligt het niet aan mij.”

Wat haar de afgelopen 45 jaar gedreven heeft? „Niet puur dierenliefde”, zegt ze beslist. „Daar word ik zo wee van. Vrijwilligers die zeggen dat ze meer van dieren houden dan van mensen? Dan ben je hier niet aan het goede adres. Ik heb nog nooit een dier aan de telefoon gehad hoor, het zijn altijd mensen die bellen”, zegt ze. „Natuurlijk is er een grote mate van dierenliefde, maar ik was ook een verbintenis aangegaan. Beloofd is beloofd.” Ze heeft veel goede vrienden overgehouden aan haar werk met wie ze nog steeds contact heeft. „Dat vind ik nou ook echt cadeautjes”, zegt ze.

Ze geniet dan ook met volle teugen van de mensen om zich heen, terwijl ze beetje bij beetje weer opkrabbelt. „In de sneeuw wandelen, boodschappen doen, ik ga na dertig jaar Oegstgeest maar eens verkennen”, lacht ze. En daarna: „Het is voor mij een belangrijk, maar ook heel zwaar en verdrietig jaar geweest.” Maar nietsdoen? Nee, ze moet niet denken aan haar pensioen en ook aan het Vogelasiel gaat voorlopig niets veranderen. „Ik geef mezelf de tijd om een keuze te maken voor een deeltijdstudie aan de universiteit. Studeren is altijd mijn droom geweest, maar ik heb het nog nooit kunnen doen”, zegt Carla terwijl ze een van haar drie katten een aai over de bol geeft.

Marloe van der Schrier

Uit de dierenambulance wordt een kooitje getild waarin een vrij roerloze zeekoet zit. De poten en vleugels functioneren goed, ontdekt Vogelasiel-vrijwilliger Charl al snel, maar de vleugels zijn nat. „Ik ga het toch even vragen bij Carla”, zegt hij. „Ze ziet altijd meteen wat er aan de hand is. Voor een vrijwilliger is het heerlijk dat iemand zoveel kennis heeft.”

Carla van Steenbergen (64) runde 45 jaar de dierenambulance in Oegstgeest en Leiden met het daarbij behorende Vogelasiel: twee baantjes die de afgelopen decennia vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week haar aandacht vereisten. „Het ging niet meer”, zegt ze. „Ik was moe, ik was op. De een na de ander kwam naar me toe om dat te vertellen.”

Dit jaar heeft ze afscheid genomen van het bestuur en de dierenambulance is overgenomen en verplaatst naar Leiden. Het Vogelasiel blijft ze doen.

Waarom ze nu genomineerd is? „Lieve kind, ik zou het niet weten. Ik word er verlegen van, ik zie het als een cadeautje.”

Van Steenbergen zit op de bank in het naastgelegen woonhuis en adviseert Charl om de zeekoet eerst te wegen, dat geeft een goede indicatie. Tegelijkertijd schudt ze haar hoofd. Die natte vleugels, dat is geen goed teken voor een dier dat op zee leeft. Ze heeft haar benen opgetrokken, haar schoenen staan op de grond. „Ik was opgebrand”, verzucht ze.

„Ik zeg altijd: niet zeuren, gewoon gaan. Er is veel gebeurd en mijn werk was heel lang een goed excuus om niet bij de rest stil te staan. Ik wist dat het niet goed ging. Maar ik vond de reden zó armoedig. Toegeven dat ik niet meer kon? Ik schaamde me dood!”

Nu werkt Van Steenbergen voor het eerst in haar leven onder een bestuur, andere mensen die de dierenambulance nu runnen. Uiterst capabele mensen waar ze het volste vertrouwen in heeft, zegt ze meteen.

Ze heeft nu alleen nog het Vogelasiel waarbij vrijwilligers haar helpen en ze gelukkig gebonden is aan openingstijden. Ze hoeft niet meer altijd bereikbaar te zijn en kan gewoon weer douchen en naar het toilet zonder op de telefoon te letten. Het is bovendien rustig op moment, zegt ze. „Er is nog genoeg voedsel te vinden voor vogels.” Binnen zijn nu alleen - heel bijzonder - een buizerd, en twee ganzen, wat duiven, twee egeltjes en dan die ene zeekoet. „Ik had geen ritme meer”, blikt Van Steenbergen terug terwijl ze een slok neemt van haar thee. „Dat moet ik nu weer krijgen.”

Meestal gaat ze nu rond half een ’s nachts naar bed. Dat was voorheen pas om half vier. „Dan ging ik ’s nachts schoonmaken, dan had ik er de tijd voor.”

Elke dag maakt ze een cryptogrammetje ter ontspanning. „Ik vind het leuk om te doen en ik ben er goed in. Het is fijn als iets weer lukt.” De puzzel moet af voordat ze naar bed gaat. „Anders lig ik maar te prakkiseren en ga ik alsnog m’n bed uit.” Des te storender is het voor Van Steenbergen dat de puzzel van gisteren nog open is. „Een operatie waar je lucht van krijgt. Een blaasoperatie? Dan adem je niet in, maar juist uit? Het is voor mij een geruststelling dat het niet logisch is, dan ligt het niet aan mij.”

Wat haar de afgelopen 45 jaar gedreven heeft? „Niet puur dierenliefde”, zegt ze beslist. „Daar word ik zo wee van. Vrijwilligers die zeggen dat ze meer van dieren houden dan van mensen? Dan ben je hier niet aan het goede adres. Ik heb nog nooit een dier aan de telefoon gehad hoor, het zijn altijd mensen die bellen”, zegt ze. „Natuurlijk is er een grote mate van dierenliefde, maar ik was ook een verbintenis aangegaan. Beloofd is beloofd.” Ze heeft veel goede vrienden overgehouden aan haar werk met wie ze nog steeds contact heeft. „Dat vind ik nou ook echt cadeautjes”, zegt ze.

Ze geniet dan ook met volle teugen van de mensen om zich heen, terwijl ze beetje bij beetje weer opkrabbelt. „In de sneeuw wandelen, boodschappen doen, ik ga na dertig jaar Oegstgeest maar eens verkennen”, lacht ze. En daarna: „Het is voor mij een belangrijk, maar ook heel zwaar en verdrietig jaar geweest.” Maar nietsdoen? Nee, ze moet niet denken aan haar pensioen en ook aan het Vogelasiel gaat voorlopig niets veranderen. „Ik geef mezelf de tijd om een keuze te maken voor een deeltijdstudie aan de universiteit. Studeren is altijd mijn droom geweest, maar ik heb het nog nooit kunnen doen”, zegt Carla terwijl ze een van haar drie katten een aai over de bol geeft.

Marloe van der Schrier

28 dec. 2017

Onderwijs met kist vol gereedschap

nieuwleestijd 3 min

Onderwijs met kist vol gereedschap

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

3 min leestijd

Jos van den Broek is op allerlei manieren actief betrokken bij de stad. Een greep uit zijn vele activiteiten in 2017. Hij gaf theatercollege voor kinderen in de Leidse Schouwburg. Hij geeft training Cito-toetsen voor 12-jarigen in islamitisch centrum Imam Malik Leiden. Hij verzorgde de tentoonstelling in het Leidse Stadhuis over 400 jaar Arminiaanse Schans. Hij hield een symposium in de Hooglandse kerk. In oktober kreeg hij de Gouden Speld van Verdiensten van Leiden.

Ingespannen zit Jos van den Broek aan zijn eettafel te turen naar het scherm van zijn laptop. Hij knutselt aan een folder voor de Polikliniek Heelkunde van het LUMC. ,,Er is grote behoefte aan goed informatiemateriaal voor laaggeletterde diabetespatiënten’’, zegt hij. ,,Er was tot nu toe niets.’’

Officieel is de Leidse hoogleraar wetenschapscommunicatie Jos van den Broek met pensioen, maar in de praktijk valt daar niets van te merken. Eind oktober hield hij, ter gelegenheid van zijn ’afscheid’, een symposium over zijn vakgebied in de Hooglandse Kerk, maar - zegt hij zelf: ,,Dat was natuurlijk een lachertje. Ik ben gewoon doorgegaan. Het is veel te leuk om te werken. Ik heb het enorm naar mijn zin! Zelfs meer dan voor mijn pensioen, omdat je minder dagelijkse beslommeringen hebt.’’

Van den Broek, die naar eigen zeggen ’als Leidenaar werd herboren’, is een nieuwsgierig, onderzoekend mens. Van oorsprong is hij scheikundige, maar zijn belangstelling beperkt zich daar allang niet meer toe. Hij houdt van onderzoek, maar onderwijzen, uitleggen hoe iets zit, dát is zijn ware passie. ,,Dat is ook de kern van de universiteit. Daar draait het nu erg om onderzoek, maar zonder onderwijs waren universiteiten er niet eens geweest.’’

Rembrandt van Rijn

Hij is dagelijks ’veel met de stad bezig’. Wijst de vaan van de gerestaureerde spits van het Academiegebouw wel de goede kant op? Waarom vertonen de grafmonumenten van hoogleraren Bontius en Schravelius in de Pieterkerk zoveel overeenkomsten? Waarom hebben we zoveel belangstelling voor de Pilgrims, terwijl ze voor de geschiedenis van Leiden totaal onbelangrijk zijn geweest? En hoe, hoe zetten we de nagedachtenis van Rembrandt van Rijn nu eindelijk eens serieus in de markt?

Van den Broek heeft een grote gereedschapskist voor kennisoverdracht. Dat kan met een quiz, een spelletje, een toneelstuk, een proefje, een boek, een rubriek in de krant, een herdenking, een Facebookberichtje. Het kan ook gewoon in een gesprek, bijvoorbeeld in lunchroom Vooraf en Toe aan de Botermarkt, waar hij graag een praatje maakt. Het kan ook met een lied. Tijdens zijn symposium zong het kwartet Yellow Submarine ’The Elements Song’, een lied van de Amerikaanse musicus en wiskundige Tom Lehrer uit 1959, waarin alle 102 elementen uit het periodiek systeem worden opgesomd.

Op dit moment werkt hij aan een wandelgids door Leiden met ’sterrenkunde’ als thema. Wie denkt dat het dan alleen over astronomie gaat, heeft het mis. Daar is de geest van Van den Broek veel te associatief voor. Neem nu Sirius, de hondsster in het sterrenbeeld Grote Hond. Deze ster werd in het oude Egypte geassocieerd met de godin Isis, van wie in het Rijksmuseum van Oudheden een beeld te vinden is met haar zoon Horus op schoot. ,,Hé’’, zegt Van den Broek, ,,dat beeld heeft veel verwantschap met beelden van Maria met Jezus op schoot.’’ Zo wordt dit boek over sterrenkunde een boek over meer... veel meer!

Van den Broek is ook actief betrokken bij het Open Science Centre Network van de Universiteit Leiden. Het netwerk wil centra van onderwijs, technologie en wetenschap vestigen in kansarme regio’s, die ’open science hubs’ heten. De eerste staat in Figueira de Castelo Rodrigo in Noordoost-Portugal; als coach komt hij er regelmatig. ,,Het gebied heeft het laagste opleidingsniveau, de hoogste werkloosheid en het hoogste arbeidsongeschiktheidpercentage van het land. Het idee heerst ’dat er niks kan’; docenten zitten er met de handen in het haar.’’ Het Open Science Centre Network wil kinderen van 4 tot en met 16 jaar laten zien dat ’kansarm’ een relatief begrip is, en dat er juist wél veel kan. ,,We leren ze om na te denken over vragen als: ’waar kan je zelf iets aan doen?’ ’Wat zou je willen verbeteren?’ Het Open Science Centre kan motiverend werken.’’

Ook Zuidwest-Drenthe, het gebied rondom Emmen, Dwingeloo en Exloo, krijgt een ’open science hub’. In sommige opzichten is de streek vergelijkbaar met Noordoost-Portugal: een laagopgeleide bevolking, veel werkloosheid. ,,Het opschudden van het gebied vraagt veel’’, zegt Van den Broek. ,,Ook van de overheid daar. Wij willen initiatieven nemen, samen met de docenten en de kinderen.’’ Het gebied kwam bij de Universiteit Leiden in beeld omdat Exloo het centrum is van radiotelescoop Lofar, die door Leidse sterrenkundigen intensief wordt gebruikt.

Wilfred Simons

Ingespannen zit Jos van den Broek aan zijn eettafel te turen naar het scherm van zijn laptop. Hij knutselt aan een folder voor de Polikliniek Heelkunde van het LUMC. ,,Er is grote behoefte aan goed informatiemateriaal voor laaggeletterde diabetespatiënten’’, zegt hij. ,,Er was tot nu toe niets.’’

Officieel is de Leidse hoogleraar wetenschapscommunicatie Jos van den Broek met pensioen, maar in de praktijk valt daar niets van te merken. Eind oktober hield hij, ter gelegenheid van zijn ’afscheid’, een symposium over zijn vakgebied in de Hooglandse Kerk, maar - zegt hij zelf: ,,Dat was natuurlijk een lachertje. Ik ben gewoon doorgegaan. Het is veel te leuk om te werken. Ik heb het enorm naar mijn zin! Zelfs meer dan voor mijn pensioen, omdat je minder dagelijkse beslommeringen hebt.’’

Van den Broek, die naar eigen zeggen ’als Leidenaar werd herboren’, is een nieuwsgierig, onderzoekend mens. Van oorsprong is hij scheikundige, maar zijn belangstelling beperkt zich daar allang niet meer toe. Hij houdt van onderzoek, maar onderwijzen, uitleggen hoe iets zit, dát is zijn ware passie. ,,Dat is ook de kern van de universiteit. Daar draait het nu erg om onderzoek, maar zonder onderwijs waren universiteiten er niet eens geweest.’’

Rembrandt van Rijn

Hij is dagelijks ’veel met de stad bezig’. Wijst de vaan van de gerestaureerde spits van het Academiegebouw wel de goede kant op? Waarom vertonen de grafmonumenten van hoogleraren Bontius en Schravelius in de Pieterkerk zoveel overeenkomsten? Waarom hebben we zoveel belangstelling voor de Pilgrims, terwijl ze voor de geschiedenis van Leiden totaal onbelangrijk zijn geweest? En hoe, hoe zetten we de nagedachtenis van Rembrandt van Rijn nu eindelijk eens serieus in de markt?

Van den Broek heeft een grote gereedschapskist voor kennisoverdracht. Dat kan met een quiz, een spelletje, een toneelstuk, een proefje, een boek, een rubriek in de krant, een herdenking, een Facebookberichtje. Het kan ook gewoon in een gesprek, bijvoorbeeld in lunchroom Vooraf en Toe aan de Botermarkt, waar hij graag een praatje maakt. Het kan ook met een lied. Tijdens zijn symposium zong het kwartet Yellow Submarine ’The Elements Song’, een lied van de Amerikaanse musicus en wiskundige Tom Lehrer uit 1959, waarin alle 102 elementen uit het periodiek systeem worden opgesomd.

Op dit moment werkt hij aan een wandelgids door Leiden met ’sterrenkunde’ als thema. Wie denkt dat het dan alleen over astronomie gaat, heeft het mis. Daar is de geest van Van den Broek veel te associatief voor. Neem nu Sirius, de hondsster in het sterrenbeeld Grote Hond. Deze ster werd in het oude Egypte geassocieerd met de godin Isis, van wie in het Rijksmuseum van Oudheden een beeld te vinden is met haar zoon Horus op schoot. ,,Hé’’, zegt Van den Broek, ,,dat beeld heeft veel verwantschap met beelden van Maria met Jezus op schoot.’’ Zo wordt dit boek over sterrenkunde een boek over meer... veel meer!

Van den Broek is ook actief betrokken bij het Open Science Centre Network van de Universiteit Leiden. Het netwerk wil centra van onderwijs, technologie en wetenschap vestigen in kansarme regio’s, die ’open science hubs’ heten. De eerste staat in Figueira de Castelo Rodrigo in Noordoost-Portugal; als coach komt hij er regelmatig. ,,Het gebied heeft het laagste opleidingsniveau, de hoogste werkloosheid en het hoogste arbeidsongeschiktheidpercentage van het land. Het idee heerst ’dat er niks kan’; docenten zitten er met de handen in het haar.’’ Het Open Science Centre Network wil kinderen van 4 tot en met 16 jaar laten zien dat ’kansarm’ een relatief begrip is, en dat er juist wél veel kan. ,,We leren ze om na te denken over vragen als: ’waar kan je zelf iets aan doen?’ ’Wat zou je willen verbeteren?’ Het Open Science Centre kan motiverend werken.’’

Ook Zuidwest-Drenthe, het gebied rondom Emmen, Dwingeloo en Exloo, krijgt een ’open science hub’. In sommige opzichten is de streek vergelijkbaar met Noordoost-Portugal: een laagopgeleide bevolking, veel werkloosheid. ,,Het opschudden van het gebied vraagt veel’’, zegt Van den Broek. ,,Ook van de overheid daar. Wij willen initiatieven nemen, samen met de docenten en de kinderen.’’ Het gebied kwam bij de Universiteit Leiden in beeld omdat Exloo het centrum is van radiotelescoop Lofar, die door Leidse sterrenkundigen intensief wordt gebruikt.

Wilfred Simons

28 dec. 2017

Ondernemertje op wereldniveau

nieuwleestijd 3 min

Ondernemertje op wereldniveau

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

3 min leestijd

Archeoloog Tom Hazenberg (54) uit Leiden spant zich al jaren in voor het zichtbaar maken van de Limes - de grens van het Romeinse rijk - in Leidse regio, Rijnstreek en langs de kust. Voor dat werk werd hij dit jaar bekroond met de Cultuurprijs Zuid-Holland. 2017 was een oogstjaar voor Hazenberg. Projecten waarbij hij betrokken is - het bezoekerscentrum Negrum Pullum in Zwammerdam en de werkplaats voor restauratie van de Zwammerdamschepen in Archeon werden het afgelopen jaar geopend.

Vanuit zijn kantoor aan de Achthovenerweg in Leiderdorp ziet archeoloog Tom Hazenberg de zandtransporten voor de Rijnlandroute voorbij varen. Hij kijkt er met plezier naar. ,,De Rijn is altijd druk geweest en vol activiteiten.’’

Voor Hazenberg is de rivier die hij uit het raam ziet vooral de limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk in Neder-Germanië vanaf het jaar 47 tot ongeveer vierhonderd. De Romeinse tijd is zijn specialiteit, het ontwikkelen van de limes tot een grote toeristische trekpleister bijna zijn levenswerk. ,,Ik heb er wel eens slapeloze nachten van, maar het loopt eigenlijk op rolletjes.’’

Bij zorgcentrum Ipse de Bruggen in Zwammerdam ging dit jaar het Limesbezoekerscentrum Nigrum Pullum open. Bij museumpark Archeon in Alphen aan den Rijn begon op 16 december de restauratie van de zes Romeinse schepen die veertig jaar geleden in Zwammerdam werden opgegraven. Het zijn ankerpunten in het werk van Hazenberg. De Zwammerdam Restauratiewerf moet uiteindelijk leiden tot een Nationaal Romeins Scheepvaartmuseum. ,,Dat is ons eindproduct.’’

Hazenberg steunt van harte de lobby om de Neder-Germaanse limes, die door heel Nederland en een stukje door Duitsland loopt, op de Werelderfgoedlijst van Unesco te krijgen. ,,De Rijn was een van de hoofdaders van het lichaam dat het Romeinse rijk was. De kinderen van Caesar en Augustus werden allemaal deze kant op gestuurd. De enkele Romeinse bronnen over deze limes gaan over de prinsen van Rome die Germania wilden veroveren. In het achterland waren grote garnizoensplaatsen waar de top van het Romeinse militaire apparaat zetelde.’’

,,Het gebeurde hier, dat is wel gaaf. Op deze grond hebben die keizers gelopen. De opkomst en ondergang van het keizerrijk kun je aan de hand van de limes schetsen. Het zijn niet zomaar een paar schepen en fortjes die we aan het publiek proberen te verkopen. We kunnen een groot historisch verhaal vertellen, op de plek waar het is gebeurd.’’

De 54-jarige archeoloog is al meer dan een kwart eeuw bezig met ’de Romeinen’. ,,Tot mijn 25ste wist ik niet dat de Nederlandse bodem vol zit met de mooiste schatten. Vanaf mijn eerste opgraving in Nederland ben ik hier gebleven.’’

In de jaren negentig was Hazenberg projectleider bij de opgravingen in Roomburg, waar het Romeinse castellum Matilo stond. ,,Ik ben bij alle soorten opgravingen geweest, maar als het over de Romeinse geschiedenis gaat, kan ik zelf beoordelen wat belangrijk is.’’

Al vindt hij het blootleggen van ’grote structuren’ veel belangrijker dan ’die ene grote vondst’, toch was Hazenberg blij toen in 1996 in Roomburg een gaaf bronzen, Romeins ruitermasker werd opgegraven. ,,Dat zijn wel de mazzeltjes die je nodig hebt. Met zo’n masker kom je op de televisie en bereik je het hele land. Met oude botten en scherven is dat toch een stuk lastiger.’’

Hazenberg is bepaald niet alleen geïnteresseerd in wetenschap. ,,Ik zoek echt naar manieren om met archeologie de wereld een beetje mooier te maken. Bij Ipse de Bruggen, bijvoorbeeld, zijn ze blij dat dankzij bezoekerscentrum meer mensen van buiten hun terrein op komen. Naar dat soort deals ben ik op zoek: waar levert archeologie een bijdrage? Ons werk dient een maatschappelijk belang. Als mensen gaan wandelen of fietsen langs de limes, plekken vinden om eens een historisch lesje te krijgen en dan ergens wat gaan eten of drinken, dan stimuleert dat de lokale economie.’’

Het zal een zaak van de lange adem zijn, denkt Hazenberg. ,,Het duurt decennia voordat de limes in Nederland ’groots en meeslepend’ is. Hadrian’s Wall, de grens van het Romeinse rijk in Groot-Brittanië, staat sinds 1987 op de lijst van Werelderfgoed van Unesco. Het heeft zo’n dertig jaar geduurd voordat die veel toeristen ging trekken.’’

Zijn werk en zijn kennis leveren de Leidse archeoloog ook steeds meer belangstelling uit het buitenland op. ,,Ik begin nu internationaal lezingen te geven. Ik denk steeds groter, ben inmiddels een klein ondernemertje op wereldniveau.’’

Eigenlijk, vindt hij, is de hele noordgrens van het Romeinse rijk, van de Noordzee tot de Zwarte Zee, één groot monument. ,,Het grootste monument van de wereld.’’

Aad Rietveld

Vanuit zijn kantoor aan de Achthovenerweg in Leiderdorp ziet archeoloog Tom Hazenberg de zandtransporten voor de Rijnlandroute voorbij varen. Hij kijkt er met plezier naar. ,,De Rijn is altijd druk geweest en vol activiteiten.’’

Voor Hazenberg is de rivier die hij uit het raam ziet vooral de limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk in Neder-Germanië vanaf het jaar 47 tot ongeveer vierhonderd. De Romeinse tijd is zijn specialiteit, het ontwikkelen van de limes tot een grote toeristische trekpleister bijna zijn levenswerk. ,,Ik heb er wel eens slapeloze nachten van, maar het loopt eigenlijk op rolletjes.’’

Bij zorgcentrum Ipse de Bruggen in Zwammerdam ging dit jaar het Limesbezoekerscentrum Nigrum Pullum open. Bij museumpark Archeon in Alphen aan den Rijn begon op 16 december de restauratie van de zes Romeinse schepen die veertig jaar geleden in Zwammerdam werden opgegraven. Het zijn ankerpunten in het werk van Hazenberg. De Zwammerdam Restauratiewerf moet uiteindelijk leiden tot een Nationaal Romeins Scheepvaartmuseum. ,,Dat is ons eindproduct.’’

Hazenberg steunt van harte de lobby om de Neder-Germaanse limes, die door heel Nederland en een stukje door Duitsland loopt, op de Werelderfgoedlijst van Unesco te krijgen. ,,De Rijn was een van de hoofdaders van het lichaam dat het Romeinse rijk was. De kinderen van Caesar en Augustus werden allemaal deze kant op gestuurd. De enkele Romeinse bronnen over deze limes gaan over de prinsen van Rome die Germania wilden veroveren. In het achterland waren grote garnizoensplaatsen waar de top van het Romeinse militaire apparaat zetelde.’’

,,Het gebeurde hier, dat is wel gaaf. Op deze grond hebben die keizers gelopen. De opkomst en ondergang van het keizerrijk kun je aan de hand van de limes schetsen. Het zijn niet zomaar een paar schepen en fortjes die we aan het publiek proberen te verkopen. We kunnen een groot historisch verhaal vertellen, op de plek waar het is gebeurd.’’

De 54-jarige archeoloog is al meer dan een kwart eeuw bezig met ’de Romeinen’. ,,Tot mijn 25ste wist ik niet dat de Nederlandse bodem vol zit met de mooiste schatten. Vanaf mijn eerste opgraving in Nederland ben ik hier gebleven.’’

In de jaren negentig was Hazenberg projectleider bij de opgravingen in Roomburg, waar het Romeinse castellum Matilo stond. ,,Ik ben bij alle soorten opgravingen geweest, maar als het over de Romeinse geschiedenis gaat, kan ik zelf beoordelen wat belangrijk is.’’

Al vindt hij het blootleggen van ’grote structuren’ veel belangrijker dan ’die ene grote vondst’, toch was Hazenberg blij toen in 1996 in Roomburg een gaaf bronzen, Romeins ruitermasker werd opgegraven. ,,Dat zijn wel de mazzeltjes die je nodig hebt. Met zo’n masker kom je op de televisie en bereik je het hele land. Met oude botten en scherven is dat toch een stuk lastiger.’’

Hazenberg is bepaald niet alleen geïnteresseerd in wetenschap. ,,Ik zoek echt naar manieren om met archeologie de wereld een beetje mooier te maken. Bij Ipse de Bruggen, bijvoorbeeld, zijn ze blij dat dankzij bezoekerscentrum meer mensen van buiten hun terrein op komen. Naar dat soort deals ben ik op zoek: waar levert archeologie een bijdrage? Ons werk dient een maatschappelijk belang. Als mensen gaan wandelen of fietsen langs de limes, plekken vinden om eens een historisch lesje te krijgen en dan ergens wat gaan eten of drinken, dan stimuleert dat de lokale economie.’’

Het zal een zaak van de lange adem zijn, denkt Hazenberg. ,,Het duurt decennia voordat de limes in Nederland ’groots en meeslepend’ is. Hadrian’s Wall, de grens van het Romeinse rijk in Groot-Brittanië, staat sinds 1987 op de lijst van Werelderfgoed van Unesco. Het heeft zo’n dertig jaar geduurd voordat die veel toeristen ging trekken.’’

Zijn werk en zijn kennis leveren de Leidse archeoloog ook steeds meer belangstelling uit het buitenland op. ,,Ik begin nu internationaal lezingen te geven. Ik denk steeds groter, ben inmiddels een klein ondernemertje op wereldniveau.’’

Eigenlijk, vindt hij, is de hele noordgrens van het Romeinse rijk, van de Noordzee tot de Zwarte Zee, één groot monument. ,,Het grootste monument van de wereld.’’

Aad Rietveld

23 dec. 2017

Stem hier: wie wordt de Man/Vrouw van 2017?

nieuwleestijd 1 min

Stem hier: wie wordt de Man/Vrouw van 2017?

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

1 min leestijd

Tientallen reacties kwamen binnen op de oproep wie de titel Man / Vrouw van 2017 verdient in deze regio. De redactie selecteerde uit al deze inzendingen negen mannen en vrouwen. Hier kun je stemmen op jouw favoriet.

Tot en met 7 januari kun je hieronder in het formulier je stem uitbrengen op jouw favoriete man of vrouw van 2017.

<noiframe>

Tot en met 7 januari kun je hieronder in het formulier je stem uitbrengen op jouw favoriete man of vrouw van 2017.

<noiframe>

23 dec. 2017

Man/vrouw van 2017: de genomineerden in het kort

nieuwleestijd 4 min

Man/vrouw van 2017: de genomineerden in het kort

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

4 min leestijd

Tientallen reacties kwamen binnen op de oproep wie de titel Man / Vrouw van 2017 verdient in deze regio. De redactie selecteerde uit al deze inzendingen negen mannen en vrouwen. Een korte inleiding, later deze week volgt meer.

Jeroen Straathof

De bouw van een nieuwe ijshal in Leiden heeft de afgelopen decennia meer dan eens op de politieke agenda gestaan. Nooit waren de pleidooien vanuit de verenigingen en de Stichting Schaatshal Leiden zo overtuigend en eensgezind als dit keer. Jeroen Straathof groeide als woordvoerder uit tot het gezicht van de stedelijke ijsclubs. Hij bood sturing aan de vele vrijwilligers die met een niet aflatende inzet en ludieke acties de politiek met succes in beweging kregen.

Na een hard nee, ligt er nu een ja op tafel, dat in januari nog wel door de Leidse raad moet worden bekrachtigd.

Araa Al Jaramani.
Araa Al Jaramani.

Araa Al Jaramani

Belangeloos heeft Araa Al Jaramani uit Sassenheim zich in 2017 ingezet om zestig Syrische vrouwen en veertig Syrische kinderen in Nederland te doen slagen. Elke zaterdag organiseert ze cursussen voor de vluchtelingen zodat ze sneller dan gebruikelijk het reilen en zeilen in Nederland snappen.

Dat het niet makkelijk is over cultuurverschillen heen te stappen, weet ze al te goed. Zelf vluchtte ze vier jaar geleden uit Syrië, maar met het helpen van haar landgenoten heeft ze de draad in Europa opgepakt.

Gideon Boer en Govert de Kok.
© Fotografie Hielco Kuipers
Gideon Boer en Govert de Kok.

Gideon Boer en Govert de Kok

Ze maakten festival LIFF mogelijk, knapten de Trianon op en in het afgelopen jaar ontvouwden ze concrete plannen voor de toekomst van de Leidse cinema. Bioscoopexploitanten Boer en De Kok laten een nieuw Kijkhuis bouwen aan de Lammermarkt en een nog groter bioscoopcomplex bij het station. Een inzender meldt: ’Ik nomineer de eigenaar(s) van de Leidse filmhuizen. Vanwege de prachtige verbouwing van Trianon en het wederom organiseren van een geweldig filmfestival. Hier ben ik echt trots op in Leiden’.

Merijn Tinga

De handtekeningen druppelden eerst maar langzaam binnen maar Merijn Tinga bleef doorbikkelen om de benodigde 40.000 steunbetuigingen binnen te halen voor zijn burgerinitiatief: statiegeld op kleine frisdrankflesjes.De Leidenaar - bij velen bekend als de Plastic Soup Surfer - bracht in februari van dit jaar uiteindelijk 55.000 hartjes naar de Tweede Kamer, symbool voor evenveel handtekeningen. ,,Heel mooi hoe hij op een grootse manier zijn dromen en idealen nastreeft’’, schreef een lezer.

Marike van IJssel

Velen kennen Marike van IJssel van de Geluksroute. Begonnen in 2012 in Leiden is de Geluksroute ondertussen in meer plaatsen in Nederland een begrip geworden. Het is een van haar talrijke initiatieven waarin ze mensen en hun kracht met elkaar verbindt. Vastberaden weet ze hier haar hart te volgen en mensen te inspireren om in te stappen en mee te doen. ,,Marike’s kracht is om respectvol, met compassie en vanuit afstemming met bekenden en onbekenden om te gaan. Door haar zachte en vastberaden kracht, met haar visie en dromen stevig in het vizier, bereikt zij de harten van zeer veel mensen. Zij ziet de kracht van werkelijke aandacht vanuit een oprecht hart en is een voorbeeld voor de stad”, aldus een van de vele reacties die de redactie ontving.

Petra Hoogeveen

Petra Hoogeveen is voorgedragen vanwege haar niet te stuiten inzet voor de stichting Vierkant in Vierkant in haar woonplaats. Meer dan 25 jaar heeft ze zich hard gemaakt voor de komst van de door Theo van Doesburg ontworpen ’fontein’ naar Leiden.

In 2017, het jaar dat het honderd jaar geleden is dat Van Doesburg het tijdschrift De Stijl begon in Leiden werd opgericht, is het haar gelukt. Het kunstwerk is dit najaar geplaatst voor het voormalige belastingkantoor. In het verleden was ze ook actief voor buurtvereniging Transvaal.

Carla van Steenbergen

Dit jaar heeft Carla van Steenbergen besloten afstand te doen van de dierenambulance en is deze overgenomen door een vrijwilliger en verplaatst naar Leiden. In een mail naar het Leidsch Dagblad schrijft een lezer: ,,Een gebaar van dank en erkenning valt eigenlijk nog steeds in het niks vergeleken met het uitzonderlijke werk dat zij al die jaren heeft gedaan en nog steeds doet. Vele dieren zijn gered en vele vrijwilligers hebben genoten (en genieten) van haar bijzondere persoonlijkheid.”

Tom Hazenberg

Archeoloog Tom Hazenberg uit Leiden spant zich al jaren in voor het zichtbaar maken van de Limes - de grens van het Romeinse rijk - in Leidse regio, Rijnstreek en langs de kust. Voor dat werk werd hij dit jaar bekroond met de Cultuurprijs Zuid-Holland. 2017 was een oogstjaar voor Hazenberg. Projecten waarbij hij betrokken is - het bezoekerscentrum Negrum Pullum in Zwammerdam en de werkplaats voor restauratie van de Zwammerdamschepen in Archeon werden het afgelopen jaar geopend.

Jos van den Broek.
Jos van den Broek.

Jos van den Broek

Jos van den Broek nam dit jaar afscheid als hoogleraar wetenschapscommunicatie van de Universiteit Leiden. Maar hij nam geen afscheid van de stad. Hij is op allerlei manieren actief betrokken bij de Leidse samenleving. Hij gaf theatercollege voor kinderen in de Leidse Schouwburg. Geeft training Cito-toetsen voor 12-jarigen in islamitisch centrum Imam Malik Leiden. Hij verzorgde de tentoonstelling in het Leidse Stadhuis over 400 jaar Arminiaanse Schans en hield een symposium in de Hooglandse kerk. In oktober kreeg hij de Gouden Speld van Verdiensten van Leiden.

Jeroen Straathof

De bouw van een nieuwe ijshal in Leiden heeft de afgelopen decennia meer dan eens op de politieke agenda gestaan. Nooit waren de pleidooien vanuit de verenigingen en de Stichting Schaatshal Leiden zo overtuigend en eensgezind als dit keer. Jeroen Straathof groeide als woordvoerder uit tot het gezicht van de stedelijke ijsclubs. Hij bood sturing aan de vele vrijwilligers die met een niet aflatende inzet en ludieke acties de politiek met succes in beweging kregen.

Na een hard nee, ligt er nu een ja op tafel, dat in januari nog wel door de Leidse raad moet worden bekrachtigd.

Araa Al Jaramani.
Araa Al Jaramani.

Araa Al Jaramani

Belangeloos heeft Araa Al Jaramani uit Sassenheim zich in 2017 ingezet om zestig Syrische vrouwen en veertig Syrische kinderen in Nederland te doen slagen. Elke zaterdag organiseert ze cursussen voor de vluchtelingen zodat ze sneller dan gebruikelijk het reilen en zeilen in Nederland snappen.

Dat het niet makkelijk is over cultuurverschillen heen te stappen, weet ze al te goed. Zelf vluchtte ze vier jaar geleden uit Syrië, maar met het helpen van haar landgenoten heeft ze de draad in Europa opgepakt.

Gideon Boer en Govert de Kok.
© Fotografie Hielco Kuipers
Gideon Boer en Govert de Kok.

Gideon Boer en Govert de Kok

Ze maakten festival LIFF mogelijk, knapten de Trianon op en in het afgelopen jaar ontvouwden ze concrete plannen voor de toekomst van de Leidse cinema. Bioscoopexploitanten Boer en De Kok laten een nieuw Kijkhuis bouwen aan de Lammermarkt en een nog groter bioscoopcomplex bij het station. Een inzender meldt: ’Ik nomineer de eigenaar(s) van de Leidse filmhuizen. Vanwege de prachtige verbouwing van Trianon en het wederom organiseren van een geweldig filmfestival. Hier ben ik echt trots op in Leiden’.

Merijn Tinga

De handtekeningen druppelden eerst maar langzaam binnen maar Merijn Tinga bleef doorbikkelen om de benodigde 40.000 steunbetuigingen binnen te halen voor zijn burgerinitiatief: statiegeld op kleine frisdrankflesjes.De Leidenaar - bij velen bekend als de Plastic Soup Surfer - bracht in februari van dit jaar uiteindelijk 55.000 hartjes naar de Tweede Kamer, symbool voor evenveel handtekeningen. ,,Heel mooi hoe hij op een grootse manier zijn dromen en idealen nastreeft’’, schreef een lezer.

Marike van IJssel

Velen kennen Marike van IJssel van de Geluksroute. Begonnen in 2012 in Leiden is de Geluksroute ondertussen in meer plaatsen in Nederland een begrip geworden. Het is een van haar talrijke initiatieven waarin ze mensen en hun kracht met elkaar verbindt. Vastberaden weet ze hier haar hart te volgen en mensen te inspireren om in te stappen en mee te doen. ,,Marike’s kracht is om respectvol, met compassie en vanuit afstemming met bekenden en onbekenden om te gaan. Door haar zachte en vastberaden kracht, met haar visie en dromen stevig in het vizier, bereikt zij de harten van zeer veel mensen. Zij ziet de kracht van werkelijke aandacht vanuit een oprecht hart en is een voorbeeld voor de stad”, aldus een van de vele reacties die de redactie ontving.

Petra Hoogeveen

Petra Hoogeveen is voorgedragen vanwege haar niet te stuiten inzet voor de stichting Vierkant in Vierkant in haar woonplaats. Meer dan 25 jaar heeft ze zich hard gemaakt voor de komst van de door Theo van Doesburg ontworpen ’fontein’ naar Leiden.

In 2017, het jaar dat het honderd jaar geleden is dat Van Doesburg het tijdschrift De Stijl begon in Leiden werd opgericht, is het haar gelukt. Het kunstwerk is dit najaar geplaatst voor het voormalige belastingkantoor. In het verleden was ze ook actief voor buurtvereniging Transvaal.

Carla van Steenbergen

Dit jaar heeft Carla van Steenbergen besloten afstand te doen van de dierenambulance en is deze overgenomen door een vrijwilliger en verplaatst naar Leiden. In een mail naar het Leidsch Dagblad schrijft een lezer: ,,Een gebaar van dank en erkenning valt eigenlijk nog steeds in het niks vergeleken met het uitzonderlijke werk dat zij al die jaren heeft gedaan en nog steeds doet. Vele dieren zijn gered en vele vrijwilligers hebben genoten (en genieten) van haar bijzondere persoonlijkheid.”

Tom Hazenberg

Archeoloog Tom Hazenberg uit Leiden spant zich al jaren in voor het zichtbaar maken van de Limes - de grens van het Romeinse rijk - in Leidse regio, Rijnstreek en langs de kust. Voor dat werk werd hij dit jaar bekroond met de Cultuurprijs Zuid-Holland. 2017 was een oogstjaar voor Hazenberg. Projecten waarbij hij betrokken is - het bezoekerscentrum Negrum Pullum in Zwammerdam en de werkplaats voor restauratie van de Zwammerdamschepen in Archeon werden het afgelopen jaar geopend.

Jos van den Broek.
Jos van den Broek.

Jos van den Broek

Jos van den Broek nam dit jaar afscheid als hoogleraar wetenschapscommunicatie van de Universiteit Leiden. Maar hij nam geen afscheid van de stad. Hij is op allerlei manieren actief betrokken bij de Leidse samenleving. Hij gaf theatercollege voor kinderen in de Leidse Schouwburg. Geeft training Cito-toetsen voor 12-jarigen in islamitisch centrum Imam Malik Leiden. Hij verzorgde de tentoonstelling in het Leidse Stadhuis over 400 jaar Arminiaanse Schans en hield een symposium in de Hooglandse kerk. In oktober kreeg hij de Gouden Speld van Verdiensten van Leiden.

22 dec. 2017

Nomineer voor Man/Vrouw van het jaar

nieuwleestijd 1 min

Nomineer voor Man/Vrouw van het jaar

Dit artikel krijgt u cadeau van ons

1 min leestijd

Wie moet de Man/Vrouw van het jaar worden? De krant gaat dit jaar voor het eerst op zoek naar de regiogenoot van het jaar. Wie maakte in 2017 het verschil? Lezers kunnen tot uiterlijk maandag 4 december kandidaten voordragen bij de redactie van deze krant.

Uit de voorgedragen regiogenoten (Leidse regio, Rijn en Veenstreek en Duin en Bollenstreek) maakt de redactie een selectie die in de week tussen kerst en oud en nieuw in de krant worden gepresenteerd. Vervolgens kunnen de lezers hun stem uitbrengen om te bepalen wie de titel krijgt. De winnaar krijgt buiten de eer, een geldbedrag van vierhonderd euro en een beeldje van ’De krantenlezer’.

Stuur de gegevens van uw kandidaat met een korte motivatie naar redactie@leidschdagblad.nl. U kunt één persoon nomineren.

Uit de voorgedragen regiogenoten (Leidse regio, Rijn en Veenstreek en Duin en Bollenstreek) maakt de redactie een selectie die in de week tussen kerst en oud en nieuw in de krant worden gepresenteerd. Vervolgens kunnen de lezers hun stem uitbrengen om te bepalen wie de titel krijgt. De winnaar krijgt buiten de eer, een geldbedrag van vierhonderd euro en een beeldje van ’De krantenlezer’.

Stuur de gegevens van uw kandidaat met een korte motivatie naar redactie@leidschdagblad.nl. U kunt één persoon nomineren.